De krant in de klas
De nieuwe lezer en het oude verhaal
Jeanne Kurvers
Beginnende lezers in het Nederlands als tweede taal verrichten, goedbeschouwd, ‘a hell of a job’: ze moeten leren lezen in een alfabetisch schrift, ze moeten een nieuwe taal leren en bovendien zijn de meeste teksten qua inhoud ook nogal nieuw, omdat veel beginners kennis moeten maken met typisch Nederlandse onderwerpen. Aan twee dingen is niets te doen, namelijk de nieuwe taal en het leren lezen. Maar misschien kan er af en toe iets gedaan worden aan het derde: oude vertrouwde verhalen in eenvoudig Nederlands en in leestechnisch eenvoudige verhalen. We wagen een poging.
Het verhaal van De man met de zeven dochters is opgenomen in de bundel Berber sprookjes uit Noord-Marokko (Amsterdam, Bulaaq, 1997). De verhalen zijn opgetekend door Abdelkader Bezzazi en in het Nederlands vertaald door Maarten Kossmann. Kossmann wijst in het nawoord van de bundel op het universele karakter van veel volkssprookjes uit de orale traditie in deze bundel: ze lijken bijvoorbeeld op de verhalen van Rapunzel, Sneeuwwitje of Klein Duimpje, alleen zijn ze vaak wat wreder en minder ‘afgezwakt’ dan bijvoorbeeld de sprookjes van Grimm. Hij wijst ook op een paar typerende kenmerken, zoals extreme handelingen (de afrekening aan het einde), de totale afwezigheid van beschrijvingen (het verhaal kan overal spelen) en het ontbreken van woorden die een oorzakelijk verband aangeven, zoals omdat (dat wordt aan de lezer overgelaten).
veel handeling veel dialoog vaste formules
Voor deze gelegenheid is de vertaling van Kossman bewerkt in leestechnisch zo eenvoudig mogelijk Nederlands (globaal alfabetiseringsniveau 2), met behoud van de voor deze orale vertelcultuur zo typerende elementen: geen beschrijvingen, veel handeling, veel dialoog en de vaste formules die bij deze verhalen horen. Met excuses aan de oorspronkelijke opschriftstellers en vertalers, vanwege de noodzakelijke vereenvoudigingen. Het woord menseneetster is bijvoorbeeld vervangen door heks; ook al vindt Kossmann dat die begrippen niet equivalent zijn. Leestechnisch is dat eenvoudiger, maar bovendien gebruikten enkele Marokkaanse vrouwen die mij het verhaal vertelden, ook het woord heks, omdat ze dat van hun kinderen kenden.
Bij gebruik in de klas is het goed vooraf even te praten over verhalen die leerlingen of cursisten kennen, na te gaan wie het verhaal van De man met de zeven dochters al kent en eventueel enkele woorden vooraf te behandelen, zoals het verschil tussen dochters, zussen en meisjes, en woorden als heks, god, bedelen of gras.
alfa-nieuws is van plan vanaf dit nummer elke keer een verhaal op te nemen uit de verschillende culturen van alfabetiseringscursisten:
De krant in de klas,
een pagina uit alfa-nieuws voor beginnende lezers in het Nederlands als tweede taal. We horen graag of iemand het gebruikt heeft en wat de ervaringen zijn.