Bekroonde volksliederen, uitgegeven door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen(1835)–C.P.E. Robidé van der Aa, Carel Godfried Withuys– Auteursrechtvrij Vorige Lied voor de lotelingen der nationale militie. Daar roept ons de Koning tot daden en eer, Ons knapen, in 't bloeijen der dagen. Hoe blikkren die klingen, hoe blinkt dat geweer! - Wij zullen naast helden ze dragen. Dáárhenen! dáár roept ons het heil van den Staat. Wie 't Vaderland mint, is geboren soldaat! [pagina 20] [p. 20] Zie opwaarts, o makker! hoe wappert die vaan, Den vijand ten schrik, op de velden! Zij wenkt ons van verre; ras zien wij haar aan, Geschaard in de rijen der helden. Daar wacht ons de glorie; daarheen, kameraad! - Wie 't Vaderland mint, is geboren soldaat! Hoe zouden de vreemden, met schimpende vreugd, Aan Neêrland de Vrijheid ontrukken, Bezat het geen zonen, in krachtige jeugd, Die liever bezwijken, dan bukken! Wij leven en gruwen van keten en smaad. Wie 't Vaderland mint, is geboren soldaat! Gelukkig de brave, die schittert in moed, Gelukkig de schoot, die hem baarde! Hoe worden zijne ouders met eerbied gegroet! Hoe blinkt hem de boezem van waarde! - Ligt dragen ook wij eens de star op 't gewaad. Wie 't Vaderland mint, is geboren soldaat! Wij minnen ons Land, en, dat zweren wij fier, Ons bloed zal, in nood, er voor stroomen. Daar wappert en wenkt zij, die leeuwenbanier, Daar roepen de trommels.... Wij komen; Wij komen! hoe klopt ons het hart op die maat. Wie 't Vaderland mint, is geboren soldaat! W. Vorige