36
Rea is god. Rea heeft heilige handen. Rea kuste mij, nadat ik haar in een drukke binnenstad op de grond had geslagen, - zodat de moeders met hun kinderen, met hun mond al open, stom stonden. Rea raafde een herenfiets waar we allemaal bij stonden. Rea loopt swinters met één spierwit been door de stad. Rea heeft een steenharde, uiterst tere plek. Rea zorgde op allerlei manieren voor geld voor de bioskoop. Rea had bloedende benen (en daarboven) na de gevechten over de rieten zomerstoelen. (Vuurrood en overal.) Rea gaat nooit dood. Rea krijgt een gulden voor het station. Rea is ongesteld op kommando. Rea heeft omhoog lopende borsten. Rea is bijzonder sterk. Rea braakt religieus. Rea kleedt zich. Rea is van mij. Rea drinkt wodka uit een waterglas. Rea wordt verliefd op de man die haar aanrandt. Rea is een poes. Rea is een stoute Brigitte Bardot. Rea praat langdurig met boekverkopers, - terwijl wij rondkijken. Rea streelt mij. Rea weet benzedrine te koop. Rea is een bloem. Rea is god. Rea danst met de jongens waar wij van drinken. Rea houdt de auto's stil. Rea weet niets van vrome schilderkunst. Rea is helemaal gek. Rea schreeuwt wanneer wij in open auto's rijden. Rea belt aan bij lege huizen. Rea heeft altijd iets te eten. Rea troost mij in de meest