20
Aan zijn linkerhand had hij een ring en hij had halfhoge schoenen aan. Werd hij daarom op straat nageroepen? - of om zijn lange haren? - of om zijn vreemd gekleurde broek? Wanneer je hem zag, praatte hij: over reizen, over meisjes, over schilderijen of andere dingen. Nooit gebaarde hij met zijn handen die niet blank en slank waren, maar het tegendeel hiervan. Hij was snel kwaad en riep dan dat hij - natuurlijk - gelijk had: dat verguldsel hierop wel houdt, dat Erika dergelijke dingen niet en nooit zal doen. Maar als je hem beter kende, (en wie kende hem eigenlijk (niet) beter?) was hij verdraagzaam en stil. Hij was lui, daar veranderde niemand iets aan, ook niet de zachten en toegevenden, - waar hij om lachte - en huilde - , die hij riep wanneer de nood het hoogst was. Waarschijnlijk hierom zat hij graag in cafés en bij kennissen te praten en hiervan uit te rusten, het onderlijf nauwelijks beweegbaar, zat hij graag in het donkere hol of reed met auto's mee, - omdat hij dan met niets doen, voor iedereen duidelijk merkbaar toch iets deed. Hij ging bij vrienden altijd het laatst, bijzonder laat weg en liep traag terug naar daar waar hij sliep en liggend in bed in boeken keek. En wat voor diegenen die hem willen leren kennen zeer vermeldenswaard is: als hij opstaat en zijn hand lang