1
Kijk jongens, daar gaat ze: de Maagd van Orléans. Van tevoren moet het gezegd worden: dit is een kleine gemeenschap. En ze ziet ons niet eens meer. We leven dicht bij elkaar. Zijn we familie van elkaar of zijn we het door de jaren al geworden? De vader (de vorst, de oerminnaar) leeft zeer dichtbij (de vruchtboom, de keizerin, de schepper van Hemel en Aarde.) Ze ziet ook mij niet meer, mij: die ze krabde en smeekte, die ze huilde en vroeg, die ze dwong en keerde om om zijn lichaam te zijn. De moeder heet Esopae (met de letter van het wetende en onvervulbare). En ze loopt als een vogel. De leden van de kleine stam zijn verder daar, niet te noemen en te vangen. Jann, Troepel (de zoon van 2 geslachten, de dochter) en de mannen en de vrouwen die komen en staan en vergeten worden (of herinnering) en de tweelingen (vijanden, spionnen) en de meisjes. En ze loopt als een vogel. Hoog, koel en gesloten (weer gesloten) maar vol boven de benen. Ha, ha. De feiten gaan zeer snel, verdromend, ongelovig en o zo langzaam. (Om in een lijst te persen.)