Veldviooltjes(1834)–C.P.E. Robidé van der Aa– AuteursrechtvrijGedichten voor vlijtige kinderen Vorige Volgende [pagina 39] [p. 39] De kleine plaagster. Aan mijn neefje Karel. Pietje toonde zijn verlangen Om een vlindertje te vangen, Dat, al fladdrende om hem heen, Hem als uit te tarten scheen. Jansje, vol van kleine knepen, Had dit naauwlijks half begrepen, Of ze ontgriste aan Piet zijn hoed. Karel! vindt gij dat wel zoet? Scheptet gij wel ooit behagen, In uw makkertje te plagen? Zeker niet, wijl elk u mint; En een plager heeft geen vrind. De kleine plaagster. Bladz. 39. Vorige Volgende