De overgave(1919)–Willem de Mérode– Auteursrecht onbekend Vorige Volgende [pagina 68] [p. 68] August von Platen Altijd verlangen naar een zacht gelaafd-zijn En voelen liefde als een onwêer komen. Worstelen om het leven van een vrome, En aan de zonde schuldeloos verslaafd zijn. Naadrend in liefde en altoos uitgestooten, Rein, en verdacht van smadelijk bedoelen, Blozend om 't eigen maagdelijk gevoelen, Maar hard voor 't oog van vrienden en genooten. In eenzaamheden vloeide uw donker leven Uit in een stroom van lichtende gedichten, Die bonzen als een hart en krimpend beven, Opstandig voor uw strenge willen zwichten. Maar in hun klaren spiegel zien wij zweven Het beeld van duizend smartlijke gezichten. Vorige Volgende