'Kindertaal en maatschappelijke werkelijkheid'
(1975)–Peter van den Hoven–
[pagina 47]
| |||||||||||
Peter van den Hoven2 Kinderteksten en kritiese pedagogie
| |||||||||||
1 Freire en de taal van het volkEmancipatoriese fantasie en het gebruik daarvan in boeken, verhalen, gedichten, liederen, enz. kunnen kinderen en volwassenen via de taal de mogelijkheid geven hun eigen werkelijkheid te doorzien en óm te vormen. Voor het taalgebruik op scholen betekent dit bijvoorbeeld dat het huidige arsenaal aan kinderboeken en metoden krities wordt geanaliseerd en dat verhalen die kinderen zelf vertellen en schrijven over hun gezins-, woon-, speel- en schoolsituatie kunnen worden gebruikt voor het opnieuw schrijven van verhalen en gedichten, waarbij zij hun kreativiteit en fantasie richten op het leren doorzien van hun eigen omgeving. Juist door het gebruik van taal leren de kinderen denken over hun eigen realiteit: taal kan een middel zijn om mensen bewust te maken van de maatschappij waarin zij opgroeien, van de sociale, ekonomiese, politieke en andere aspekten die daarin zijn te onderkennen. Taal is een machtig middel: het kan worden gebruikt om mensen dom te houden, om ze te onderdrukken, om hun denken te richten op irreële droomwerelden; maar het kan ook worden gebruikt als bewustwordings- en verzetsmoment: om de bestaande realiteit te doorgronden, de belangen van verschillende maatschappelijke groeperingen te doorzien en de eigen positie te bepalen. Wie dom wordt gehouden zal zich niet tegen de bestaande toestand verzetten, wie taal leert gebruiken om zijn bewustzijn te scherpen zal die bestaande situatie doorzien en tot handelen kunnen komen.
Een voorbeeld van hoe taal werd gebruikt als middel om mensen bewust te maken van hun eigen sociale en politieke omgeving, is het alfabetisatie-programma van de pedagoog Paulo Freire. Freire werd in 1964 door het fascisties militaire regime in Brazilië - waar hij werkte - het land uit gezet, omdat hij zich bezighield met een alfabetisatie-programma voor arme boeren en arbeiders, waardoor zij hun eeuwenlang onderdrukte positie leerden kennen, er over konden praten en schrijven, en inzagen dat die situatie kon en moest worden veranderd. Het programma werd door de militairen als ‘gezagsondermijnend’ beschouwd en stopgezet. Freire vluchtte naar Chili, waar inmiddels een zelfde fascistiese groepering aan de macht kwam door het socialistiese bewind van Allende bloedig omver te werpen. En ook daar werd zijn programma verboden. Nu is Freire hoofd van de sektie onderwijs van de Wereldraad van Kerken in Genève. | |||||||||||
[pagina 48]
| |||||||||||
![]() Het leren lezen is volgens de metode van Freire geen louter techniese aangelegenheid, geen aap, noot, mies, aangevuld met wat grammatikale truukjes. Het is een proces waarin de sociale struktuur, waarin de lerenden zich bevinden, een geïntegreerd en belangrijk onderdeel uitmaakt. Met andere woorden: leren lezen, leren schrijven, leren jezelf van taal te bedienen, leren denken - is een vormingsproces, dat noodzakelijkerwijs de sociale situatie waarin de lerenden zich bevinden tot onderwerp maakt; en dus ook sociale konsekwenties heeft. Volgens Freire bestaat er geen neutrale edukatie, geen waardevrije opvoeding of vorming. Een zogenaamde waardevrije opvoeding reproduceert de gedachten en ideeën van de heersende machten van dat moment, vernietigt de taal en het bewustzijn van de afhankelijke bevolkingsgroeperingen (de boeren, de arbeiders) en maakt ze daardoor rijp voor ideologiese en materiële uitbuiting. ‘Op school wordt dan de ingewortelde taal van het volk, de taal van de onderdrukten, systematisch gediskwalificeerd en door de kunstmatige taal van de “ontwikkelden” verdrongen. Zo blijft ervaring sprakeloos en wordt taal zinloos. Wanneer het gelukt de volkstaal te verbannen naar de kroegen, de keukens en de toiletten - gelukkig lukt het nooit helemaal - is medezeggenschap van de onderdrukten in belangenkonflikten en bij beslissingen op maatschappelijk gebied uitgesloten. Over vrijheid hoeft dan niet meer gediskussieerd te worden en er kan niet meer naar de macht gegrepen worden’.Ga naar voetnoot1 De taak van onderwijs en vorming is niet mensen aan te passen bij de bestaande belangentegenstellingen tussen bezitters en niet-bezitters, tussen machtigen en machtelozen, maar doel is ze mogelijkheden in handen te geven om tegen deze tegenstellingen in verzet te komen. Aan de hand van de resultaten van een gedegen studie over de situatie van de analfabeten, aan de hand dus van de plaatselijke problematiek waarmee de mensen hebben te kampen, ontwikkelden Freire en zijn medewerkers een basisvokabulaire, die naast taalkundige ook sociale, politieke en kulturele kriteria bevatte: ‘Huis bijvoorbeeld heeft een betekenis, die niet alleen verbonden is met het dagelijks leven van het gezin, maar ook met de sociale en nationale huisvestingsproblematiek. Werk roept een serie associaties op met de aard van het dagelijks bestaan, ekonomiese funkties, koöperatie en werkloosheid’.Ga naar voetnoot2 Het volk heeft honger en is ziek Door middel van kaarten, wandplaten en diaas, die betrekking hebben op situaties en woorden die herkenbaar zijn, sluit de metode-Freire nauw aan bij de eigen kultuur en volkskunst van de boeren en arbeiders en hun kinderen. Een kultuur, die door de vooral westerse invloed steeds meer te niet wordt gedaan. In deze kultuur en volkskunst komen de eigen kreativiteit, vormgeving en het eigen bewustzijn van de mensen ‘ter sprake’; ze kunnen een instrument worden dat zich richt tegen de vreemde, overheersende (kapitaal)belangen van een ekonomiese en politieke elite. Freire: ‘De landarbeider begint de moed te krijgen om zijn onafhankelijkheid te overwinnen, wanneer hij inziet dat hij afhankelijk is. Voordien is hij het met de baas eens en zegt: “Wat kan ik doen? Ik ben maar een landarbeider” (...). De onderdrukten moeten voorbeelden van de kwetsbaarheid van de onderdrukker zien, opdat zich langzamerhand een tegenovergestelde overtuiging in hen kan vestigen. Zolang dat niet het geval is, zullen ze halfslachtig, bang en bij voorbaat verslagen zijn. Zolang de onderdrukten zich de oorzaken van de verhoudingen waarin zij leven niet bewust zijn, “aksepteren” ze fatalisties het feit dat ze worden uitgebuit. Daarenboven zijn ze geneigd passief en vervreemd te reageren, wanneer ze met de noodzaak worden gekonfronteerd om voor hun vrijheid en zelfbeschikkingsrecht te strijden’.Ga naar voetnoot3
Freire noemt zijn metode ‘educaçao problematizadoro’: een problematiserende metode, met als doel ‘conscientizaçao’: bewustwording. Opvoeden betekent voor hem niet konsumeren wat je wordt voorgezet, maar het tot probleem, tot veld van onderzoek maken van de eigen sociale omgeving. De problematiserende metode van Freire leidt tot het krities onderzoeken van de maatschappelijke werkelijkheid waarin de opvoedelingen zich bevinden, tot reflektie over de tegenstellingen die daarin tot uitdrukking komen, tot affektieve en kognitieve betrokkenheid bij de mogelijkheden tot verandering: | |||||||||||
[pagina 49]
| |||||||||||
De arbeiders maken de grond klaar om een akker te maken Als we het hebben over kinderteksten en kritiese pedagogie kunnen we niet om de opvattingen en praktijkvoorbeelden van Paulo Freire heen: hij laat ons zien, zowel in zijn teorie als in de praktijk, dat taal een belangrijk medium is tussen de persoon en zijn omgeving. Hij hanteert een emancipatoriese kreativiteit en fantasie en toont door de praktijk van zijn werk aan, dat het werken met teksten die betrokken zijn op de konkrete situatie waarin opvoedelingen zich bevinden inderdaad bewustwording kan betekenen. Uit de praktiese resultaten van het werk van Freire en uit zijn teoretiese verantwoordingen kunnen we - met inachtneming van het feit dat wij in Nederland in een andere politieke en sociale omstandigheid leven en het georganiseerde onderwijssiesteem een (hoewel bepaald niet onveranderbaar) gegeven is - toch een aantal richtlijnen halen voor het werken met kinderteksten in de klaspraktijk. Bijvoorbeeld:
| |||||||||||
[pagina 50]
| |||||||||||
![]() | |||||||||||
2 Freinet en het (taal)onderwijsDe hiervoor genoemde richtlijnen zijn door niemand beter uitgewerkt (zowel op teoreties als prakties nivo) dan door de grote Franse pedagoog Célestin Freinet; iemand wiens leven en werk op pedagogiese akademies van voor tot achter zou moeten worden bestudeerd. Maar helaas, hij wordt geplaatst in het rijtje pedagogen die in het kader van historiese pedagogie noodzakelijk worden bestudeerd (als dát al het geval is), en in het gunstigste geval wordt er van hem ‘meegenomen’ dat hij iets met de drukpers heeft gedaan. Dat klopt dan mooi, maar het gaat natuurlijk om zijn ideeën en praktiese arbeid die in een leven vol tegenwerkingen en strijd gestalte hebben gekregen.
Freinet is het unieke voorbeeld van een pedagoog, die zijn kritiese pedagogie heeft ontwikkeld op basis van de materiële omstandigheden waarin de kinderen die hij les moest geven (en hun ouders!) leefden en werkten. Zijn uitgangspunten leverden ons inzicht over de wijze waarop het onderwijssiesteem moet worden begrepen; zij leggen de samenleving bloot in z'n strukturele elementen en verbinden de leerkracht en de kinderen en hun ouders in het zelfde streven om krities-waakzaam de realiteit van leven en werken te onderzoeken. De huidige maatschappij verhindert de alzijdige ontplooiing van de mensen (al wordt dat nog zo huizenhoog van de schooldaken geschreeuwd), omdat de heersende machten niet alleen de materiële, maar ook de kulturele goederen - waaronder het onderwijs, de pedagogie, de literatuur, de media - beheersen en gebruiken om hun privileesjes veilig te stellen. Een pedagogiese praktijk die zich niet in dienst wil stellen van de traditionele en heersende machten dient - aldus Freinet - de opvoedingswerkelijkheid vanuit het oogpunt van fundamentele emancipatie van de onderliggende maatschappelijke groeperingen - de (loon)afhankelijken - te analiseren en mee te helpen door haar inzichten en metoden in dienst te stellen van de ‘gewone mensen’, de huidige maatschappij, en haar vervreemdend onderwijs te bestrijden.
Célestin Freinet bracht een dergelijke kritiese pedagogie in praktijk op een dorpsschool in Frankrijk, waar hij zich in 1920 vestigde als onderwijzer. Doordat hij analiseerde waarom de kinderen (afkomstig uit de arbeidersmiljeus) binnen de traditionele school geen interesse tonen voor wat ze moeten leren, doordat hij de samenhang inzag tussen de kapitalistiese struktuur van de samenleving en het onderwijs en de opvoedingsideeën, wordt het voor hem duidelijk dat slechts een kritiese pedagogie de massa van loonafhankelijken het inzicht in de struktuur van hun afhankelijkheid kan geven. Hij ontwikkelde een metode op grond van zijn pedagogiese uitgangspunten, die uitgaat van het feit dat arbeid de belangrijkste aktiviteit van de mens is, die hem uit zijn afhankelijke en onwetende positie kan bevrijden. In zijn boek ‘L'Education du travail’Ga naar voetnoot4 gaat hij in op de fundamentele waarde van de arbeid voor het leven van de mens; arbeid die in de kapitalistiese maatschappij niet meer wordt verricht om te voldoen aan de natuurlijke behoeften van de mens, maar die een verplichte taak is geworden waarover niet meer naar eigen inzichten kan worden beschikt. De arbeidsstruktuur - beheerst door hen die in het bezit van geld, macht en middelen zijn - vervreemdt de mensen van hun meest natuurlijke behoefte en daardoor van het leven zelf.
Door middel van het analiseren van de wijzen waarop de kinderen in kontakt met de werkelijkheid zich gedragen (bepaald anders dan in het onderwijs dat de pretentie heeft kinderen iets over die werkelijkheid te vertellen!), door middel ook van bezoeken die kinderen afleggen op de plaatsen waar mensen arbeid verrichten, en naar aanleiding waarvan zij teksten (verhalen, verslagen) schrijven, bestuderen leerkracht en kinderen de waargenomen en beschreven realiteit. En wel zó, dat er een leerproces in gang wordt gezet, dat zowel de leerkracht als de kinderen inzicht geeft in hoe die werkelijkheid in elkaar zit. Om deze teksten vast te leggen en een middel te vinden om ze verspreiden, startte Freinet met een schooldrukkerij.
Het werken met vrije teksten en de drukpers worden door Freinet als een fundamenteel pedagogies middel gezien: door het proces van het drukklaar maken van de teksten wordt de taal, en dus de maatschappelijke situaties die zij weergeeft, uit elkaar gerafeld en weer in elkaar gezet!! Schrijven en drukken worden dan een aktiviteit die de kinderen zelf in handen hebben en waardoor zij de realiteit kunnen analiseren en samenvatten. Het schrijven en drukklaar maken van de teksten is dan ook een gezamenlijke aktiviteit; een werk-spel-aktiviteit van de klas of groep die zich daarmee bezighoudt: het individuele schrijven kan worden doorbroken ten gunste van het solidariserend teksten maken. | |||||||||||
[pagina 51]
| |||||||||||
als je in Dat schrijft Anja, zes jaar, en zoon observatie, zelf-bekeken, zelf-geschreven en zelf-gedrukt, roept vele vragen op over het hoe en waarom van zoon verschijnsel. En Chris, twaalf jaar, observeert met een zelfde nauwkeurigheid de gedragingen van mensen en stelt de vraag naar het waarom, de vraag naar de invloeden die mensen ondergaan vanuit hun omgeving: Sommige mensen zijn stil Naarmate er meer scholen volgens de beginselen en metoden van Freinet gaan werken, ontstaat er (later ook internationaal) een netwerk van scholen die elkaar teksten sturen, een uitwisseling van ervaringsgegevens koördineren, om aan de hand daarvan het lokale onderwijs te verbreden met informatie uit andere plaatsen en streken. De drukpers is binnen de kritiese pedagogie van Freinet een wezenlijk geïntegreerd onderdeel van het totale onderwijsproces; het is niet iets dat losstaat van het inhoudelijke onderwijsprogramma, geen leuke aktiviteit naast de noodzakelijke vakken. Doordat de kinderen door middel van konfrontatie met de eigen omgeving de gegevens hierover gaan neerschrijven, komt er een werkelijke spontane kreativiteit los in de klas, die als uitgangspunt wordt genomen om het onderwijs in te richten. ‘Het zal eenieder duidelijk kunnen zijn dat we de methode van het boek en van de drukpers tegenover elkaar kunnen stellen als stilstand tegenover vooruitgang, starheid tegenover flexibiliteit, consumptief tegenover productief, passiviteit tegenover creativiteit’,Ga naar voetnoot7 De teksten die zo worden gemaakt noemt men wel ‘vrije teksten’, waarbij het goed is te bedenken dat er een wezenlijk verschil is tussen het ‘vrije en kreatieve schrijven’ zoals Freinet dat bedoelt en het ‘vrije en kreatieve schrijven’ zoals dat wordt gepraktiseerd door bijvoorbeeld Kenneth Koch en zijn Nederlandse navolgers (zie daarvoor het vorige artikel!). Immers, Freinet plaatst de vrije tekst binnen het inhoudelijke kader van een totaal ander, krities gericht onderwijs, dat konsekwenties heeft, niet alleen voor het gehele georganiseerde opvoedingssiesteem dat onder kapitalistiese voorwaarden is ingericht, maar ook en vooral voor de ‘gewone taalles’ (als daar nog van gesproken kan worden ...). Kenneth Koch en zijn epigonen van de ‘kreatieve schrijfmetode’ hanteren elementen van de metode Freinet, maar plaatsen die binnen het koncept van de traditionele persoonlijkheidsontplooiing. Een krities-pedagogiese metode lossnijden van zijn inhoudelijke bedoelingen levert tenslotte een akseptatie op van de huidige maatschappij en haar reproducties binnen het onderwijssiesteem. Freinets metode daarentegen houdt een streven in naar een totale verandering van de maatschappelijke verhoudingen waaronder onderwijs en opvoeding worden gegeven; niet alleen voor wat betreft de ‘interne’ verhoudingen tussen leerkracht en leerling (die van autoriteir of zogenaamd non-direktief tot wezenlijk demokraties wordt), maar ook van de arbeidsverhoudingen buiten de school.
We kunnen hier jammergenoeg niet uitgebreider ingaan op de praktiese verrichtingen van de metode-Freinet in Nederland, waar een aktieve vereniging (de ‘Freinet Beweging Nederland’Ga naar voetnoot8) in teorie en praktijk belangrijk werk verricht. Maar uit haar werk wordt duidelijk dat de wijze waarop vanuit de kritiese pedagogie van Freinet wordt gewerkt met teksten een radikale doorbreking betekent van het individuele, uiteindelijk op konkurrentie gebaseerde schrijven van opstellen, gedichten, verhalen, verslagen, enz., zoals die in de traditionele school binnen het taalonderwijs worden gepraktiseerd. Het gaat er niet meer om wie de beste tekst heeft geproduceerd (en dan liefst nog zonder taalfouten, daar wijst het rode potlood wel op!) en hoe deze norm kan worden verheven die tot navolging moet dienen (we geven toch cijfers, nietwaar?), maar het gaat om een demokraties-horizontale samenwerking tussen kinderen en leerkracht bij het doorgronden van hun eigen realiteit, waarbij het eindprodukt in dienst staat van het (gezamenlijk) onderkennen van de konsekwenties die uit het resultaat blijken. Dàt is de praktijk van kritiese opvoeding; dàt is de praktijk van de hantering van kinderteksten. | |||||||||||
[pagina 52]
| |||||||||||
![]() | |||||||||||
3 Searle en taal als verzetsmomentDat het in praktijk brengen van een kritiese pedagogie met als instrument het schrijven tot konsekwenties leidt die uiteindelijk de maatschappelijke verhoudingen (binnen en buiten de school) aantasten, toont ons het voorbeeld van een Engelse leerkracht, Chris Searle, toen hij door het schoolbestuur werd ontslagen, nadat hij - ondanks het verbod van de schoolleiding - een bundel gedichten van leerlingen uitgaf, die daarin hun eigen maatschappelijke omgeving, i.c. de arbeiderswijk Stepney in Londen, beschreven. Searle werkte in de beginjaren zeventig op een arbeidersschool in de ‘achterbuurt’ Stepney waar hij werd gekonfronteerd met blanke en gekleurde kinderen, die door hun sociale omgeving - gezin, buurt, school - in een uitzichtloze positie onderwijs moesten volgen. Searle bemerkte bij zijn taallessen dat de kinderen die hij uitnodigde hun eigen ervaringen op te schrijven, met scherpe ogen en gevoel voor hun situatie, hun huidige en toekomstige positie beschreven: ‘I like to live in a house De hiërarchiese struktuur van de onderwijssituatie (schoolleiding - leerkrachten - leerlingen - ouders) en het traditionele onderwijsprogramma (leren wat er in de boekje staat!) - zo konkludeert Searle - vervreemdt de kinderen van hun eigen sociale omgeving en leidt ze op tot aan de maatschappelijke struktuur aangepaste mensen die later de zelfde posities zullen innemen als hun ouders: onderaan de maatschappelijke ladder, en met weinig of geen perspektief. Daartoe door Searle uitgenodigd schrijven de kinderen in zijn lessen (alleen of in groepjes, soms zelfs de hele klas) over hun eigen wereld, het gezin waartoe zij behoren, de buurt en de straat waar zij wonen en het grootste deel van hun vrije tijd doorbrengen, de school waarop zij zitten, hun verwachtingen ten aanzien van de toekomst: ‘My future Een toekomst ‘zonder hersens’ - dat wil zeggen zonder geld - zal de kinderen weinig brengen: ze hoeven maar om zich heen te kijken!
Naar aanleiding van een tentoonstelling van fotoos over de buurt van de school, komt Searle op het idee om de gedichten van de kinderen te bundelen in een boekje, samen met de fotoos van de omgeving. In eerste instantie zegt de schoolleiding (‘The Governors’) toe het boekje - dat ‘Stepney Words’ zal gaan heten - te bekostigen, maar als ze de teksten leest is haar oordeel dat de gedichten te weinig literaire waarde hebben (!!) en bovendien onevenwichtig zijn ... Het is duidelijk dat het schoolbestuur liever niet met de realiteit wordt gekonfronteerd en terugschrikt voor de onverbloemde kritiek van de kinderen op het onderwijs waarvoor het verantwoordelijk is. Het bestuur doet het voorstel de bloemlezing opnieuw te redigeren; dat wil zeggen bepaalde gedichten te verwijderen en alle fotoos (!) uit het boekje te laten. Searle, de fotograaf én de leerlingen weigeren dat en het gevolg is dat de schoolleiding verbiedt gedichten van kinderen van ‘haar’ school te publiceren. Searle en zijn leerlingen trekken de buurt in, praten met de ouders van de kinderen en andere buurtbewoners, en brengen zo het geld bij elkaar om de uitgave van ‘Stepney Words’ te kunnen betalen: | |||||||||||
[pagina 53]
| |||||||||||
‘Weeks of preparation for our Searle wordt, als de uitgave bij het schoolbestuur bekend wordt, ontslagen, wat spontaan een staking van de kinderen tot gevolg heeft: zij eisen dat het ontslag ongedaan wordt gemaakt. Tijdens de staking en demonstratie, waaraan ook de ouders van de kinderen meedoen (en die reminicenties oproept aan de wijze waarop vele jaren eerder in Frankrijk ouders en leerlingen in verzet kwamen tegen de druk van de Kerk en de gegoede burgerij op Célestin Freinet ...), schrijven twee kinderen hun gedachten op, en formuleren daarmee het inzicht dat zij door deze staking krijgen in de wezenlijke verhoudingen in de maatschappij waarin zij opgroeien.
Het belang van kinderen en ouders valt samen: samen komen zij op voor een onderwijs, voor een maatschappij waarin zij zelf de beslissingen kunnen nemen, en waarin zij bevrijd zijn van uitbuiting en onderdrukking: ‘These were no longer children ... zelfs de schoonmakers weigerden zijn naam van de muren te boenen!!!
Zoals de kinderen op school afhankelijk zijn van een onderwijssiesteem dat ze (ze zijn immers dom!) voorbereidt op een positie onderaan de maatschappelijke ladder, zo zijn de ouders - de zogenaamde a-sociale of arbeidersgezinnen - afhankelijk van hun werksituatie waar ze weinig over hebben te zeggen en die in z'n hiërarchiese verhoudingen overeenkomsten vertoont met de verhoudingen op school ...
Nadat ‘Stepney Words’ is verschenen, moeten de ouders en kinderen het afleggen tegen de macht van het schoolbestuur: Searle wordt ontslagen. Aan deze zaak wordt in de landelijke pers uitgebreid aandacht besteed. Zo onder andere door ‘The Guardian’ en Searle krijgt de gelegenheid om zijn uitgangspunten uiteen te zetten. Naar aanleiding van deze publiciteit sturen honderden kinderen uit heel Engeland hem gedichten en verhalen toe, waarin zij schrijven over de dingen die zij dagelijks meemaken. Searle, inmiddels werkzaam als taaldocent, stelt van deze hem toegezonden teksten een tweede bundel samen: ‘Fire Words’, die een grote verspreiding krijgt. In zijn laatste publikatie ‘This New Season’, in 1973 verschenen, beschrijft hij wat zijn uitgangspunten zijn om kinderen te laten schrijven, schrijft hij over taal als onderdrukkingsmiddel en taal als verzetsmoment. Samengesteld uit eigen, bekommentarierende gedeelten en teksten van leerlingen, is dit boek een prachtig dokument waarin vanuit de praktijk van het onderwijs wordt geschreven over hoe het onderwijs eigenlijk zou moeten worden ingericht.Ga naar voetnoot9 | |||||||||||
[pagina 54]
| |||||||||||
4 Freire, Freinet en Searle: over schrijven en sociale bewustwordingFreire, Freinet en Searle: ze hebben alles met elkaar te maken, ook al werkten ze in drie verschillende landen, ook al is hun praktijk totaal verschillend. Hun uitgangspunten en ideeën zijn het zelfde: taal als middel om kinderen bewust te maken van hun eigen omgeving en aan de hand van de neerslag van eigen ervaringen het onderwijsproces in te richten. Het is eigenlijk zo vanzelfsprekend. Maar uit de praktijk van alle drie blijkt dat die vanzelfsprekendheid wordt gebooikot door de bestaande maatschappelijke en onderwijs-orde: Freire werd zowel uit Brazilië als uit Chili gezet, waar fascistiese groeperingen de macht grepen; voor hen is taal, gehanteerd als bewustmakings- en verzetsmiddel onaanvaardbaar, het knaagt tenslotte aan hun geprivilisjeerde machtspositie, die er op is gericht mensen te onderdrukken in plaats van ze te bevrijden. Freinet kreeg het aan de stok met de burgerlijke overheden en de kerk die zijn pedagogie als gevaarvol zagen voor de macht die zij uitoefenden over de arme pachters en boeren in Frankrijk. Zij werkten hem tegen, omdat de kinderen en hun ouders in de taalhantering het belangrijkste middel hadden gevonden om zich bewust te worden van hun onderdrukte situatie. En daardoor inzicht kregen in hoe hun afhankelijke situatie zou kunnen worden veranderd. Searle tenslotte werd ontslagen door het schoolbestuur omdat hij zijn leerlingen liet schrijven over wat zij dagelijks zagen en meemaakten, en daardoor kraakhelder weergaven wat het onderwijssiesteem voor ze betekende. Zij en hun ouders werden door Searle gemotiveerd om zich aktief bezig te houden met hun afhankelijke situatie en er tegen in verzet te komen. Kinderen en ouders doorzagen de relatie die er is tussen onderwijs- en maatschappijsiesteem; zij zagen de verbanden, zij herkenden elkaars werkelijkheid en handelden naar eigen inzicht en belang.
Met de algemene gegevens uit het eerste artikel willen de gegevens over deze drie pedagogen slechts aangeven dat het mogelijk is in de dagelijkse praktijk van het onderwijs ànders met taal te werken dan gebruikelijk is. Ook zonder dat er ontslag zal plaatsvinden ... Een voorbeeld van de metodiese werkwijze, geïllustreerd met voorbeelden van teksten van kinderen, zal aan de hand van de eigen klaspraktijk in het derde en laatste artikel aan de orde komen. Om te laten zien dat het ook anders kan. |
|