Decor en kostuums
Een vooruitgeschoven podium. Zwarte of donkerrode gordijnen. Weinig op het toneel, maar wat er is echt. De kostuums alleen strikt historisch als dat ook strikt esthetisch en functioneel is. Spinoza moet slank, strak, bijna modern zijn, geen al te lang haar. Rembrandt is vormeloos, onbepaald van kleding, maar altijd met een fantastisch detail. De gravin en de rabbijn zeer kleurig, in kostbare stoffen. De magistraat niet te vervelend in burgerzwart, hij mag op de Montelbaenstoren een met bont afgezette mantel hebben.
Het is waarschijnlijk nuttig duidelijk te maken dat Spinoza en Rembrandt hier ‘getoond’ worden als exponenten van gedachten en emoties - en niet ‘verbeeld.’ als legendarische persoonlijkheden in een historische poppenkast. De toneelspelers zouden voortdurend zichtbaar in een verhoogde ruimte op hun opkomst kunnen wachten, gehuld in een neutraal basiskostuum. Voor een scène begint werpen zij de attributen om die hun rol markeren, begeven zich in werklicht naar beneden, anderen schuiven een enkel meubel bij, het scènelicht springt aan en de tekst komt.