Verantwoording
Het ‘afmaken’ van een nagelaten onvoltooid manuscript van een overleden auteur is een riskante aangelegenheid. Dat ik mij er desondanks aan gewaagd heb, vindt zijn oorzaak in het volgende: ten eerste in de overtuiging, dat de schrijver W.H. van Eemlandt geen bezwaar zou hebben gehad tegen een poging van een hem in letterlijke zin zo na verwant auteur om een oplossing en afronding te bedenken voor het door hem opgezette verhaal en de daarin gestelde problemen, ten tweede in mijn belangstelling voor het nagelaten tekstgedeelte als puzzle, waarbij mij geen andere gegevens ten dienste stonden dan die in het manuscript van Van Eemlandt zijn verwerkt. Natuurlijk ben ik mij er volkomen van bewust dat mijn antwoord op de vraag ‘Wie heeft de moord gepleegd en waarom?’ hoogstwaarschijnlijk niet klopt met de ontknoping die de auteur voor ogen heeft gehad. Ik heb voorts geen enkele poging gedaan de aanpak en schrijftrant van Van Eemlandt na te bootsen, en mij evenmin gewaagd aan een verder gebruikmaken van figuren die in de reeks Van Houthem-romans al een eigen gezicht gekregen hebben. Ada Dammers, die in een brief aan Commissaris van Houthem haar kijk op de gebeurtenissen uiteenzet en een mogelijke verklaring aanbiedt, is zowel een buitenstaander als een bij de achtergrond van de behandeling betrokkene, en verkeert dus enigs-