Korte bibliografie
Caillois, R., Puissances du roman. Marseille 1942. |
Fosca, F., Histoire et technique du roman policier. Paris 1937. |
Gerteis, W., Op het spoor der detectives in leven en literatuur. Rotterdam 1955 (vertaling uit het Duits). |
Haan, J. den, Moord in geschrifte. In Maatstaf, I, 2, mei 1953. |
Haan, J. den, Geheimen van de bloederige bladzij. In Maatstaf I, 3, juni 1953. |
Haycraft, H., The art of the mystery story. A collection of critical essays. New York 1946. |
Haycraft, H., Murder for pleasure. The life and times of the detective story. New York 1941. |
Kempe, G.Th., Over schrijvers, speurders en schurken. Utrecht-Nijmegen 1947. |
Kempe, G.Th., Misdaad en misdadiger in de detective roman. In Droom en onthulling. Voordrachten over de misdaad in de literatuur. Utrecht-Nijmegen 1948. |
Leeuw, G. v.d., Het detective-verhaal als spiegel van dezen tijd. In De Gids, 1944-1945, deel II. |
Messac, R., Le ‘detective novel’ et l'influence de la pensée scientifique. Paris 1929. |
Nagel, W.H., Lezend over misdaad. Leiden 1953. |
Narcejac, Th., Esthétique du roman policier. Paris 1947. |
Perron, E. Du, Het sprookje van de misdaad. Dialogen over het detective verhaal. Amsterdam-Batavia z.j. (1940). |
Salverda de Grave, J.J., Over detective-verhalen. In Vragen des tijds, LVI, 1930, deel I. |
Sayers, D., Verschillende inleidingen. |
Vries, P.H. de, Poe and after. The detective-story investigated. Amsterdam z.j. (1956). |
Wölcken, F., Der literarische Mord. Eine Untersuchung über die englische und amerikanische Detektivliteratur. Nürnberg 1953. |
|
|