Van God en van de natuur(1921)–A. van Collem– Auteursrecht onbekend Vorige Volgende [pagina 71] [p. 71] XLVI Waar anders dan uit U, oneindige Natuur, die eeuwig weldoend tot ons buigt, Komen de vonkende, de stralend schoone daden. Dof ligt de maatschappij der menschen en Zeer laag en goor en wankel is haar bouw, En moord en doodslag weten wij in haar En het gemompel van veel stervenden. Ontzet en met den klank van jammer in Ons aarzelende, bevend, denkend hoofd, Zien wij het lijden van de menschen aan Het onduldbare, zelfgekozene Onder de sterren in het licht der zon, En wijkend uit de poorten dezer hel, Gaan wij tot U oneindige Natuur, En vinden uwe boomen, uw geruisch Van ritselende blaren, en de klank Des wijden vogels, die zijn tak afvoer; O geurig woud en Gij, machtige hemel, Nooit uitgemeten, koepelende sfeer Van schoonheid om ons heen, waarin uitkwam De mensch, gemaakt door sappen van het Al, Tot een verheuger, tot verlustiger, Tot een uitspreker van het Noord en Oost' En West' en Zuiden in hun samenkomst, Tot een vertrouwde met het vonkend vuur, Tot een bekende met de duisternis;.... Oneindige Natuur, in U gaan wij, Te vragen aan uw harmonie, het denken, [pagina 72] [p. 72] En aan uw stille spel, de fijne klank, Wij vragen aan Uw wiegingen het woord, Het eerlijk denkend woord, de klank, de daad, Om deze maatschappij, verlaagd en voos, Uiteen te snijden als een rotte vrucht, En in haar gronden schurftig en melaats Den brand te steken, die ze zuiver maakt, En op haar grond gezuiverd en gespit Te werpen uit het zaad van Communisme, Het zaad dat in U leeft, oneindige, Waarmee gij hebt gemaakt het opgaand hout, De avondval, de witte sterrenkring, De nachten goud en paars en zilvergroen, De stille dalen en de schemering, Wij vragen aan uw klank, oneindige, Aan uw hooggaande sidderende stem Het bevende metaal, om neer te slaan Het kruipende geluid der looze Rede, Wij vragen aan uw blinkend erts het erts Om om te keeren deze maatschappij En uit zijn voeg te lichten haar bestand, Opdat een nieuwe maatschappij ontsta, Aan U gelijk, oneindige Natuur, Vol vonkende en stralend schoone daden. Vorige Volgende