Beloning van de goede Engelen

De brave engelen waren nu alleen overgebleven. Nu ging de lieve Heer die brave engeltjes belonen. Zij waren zo goed gehoorzaam geweest en hadden precies gedaan, wat God wilde hebben. God is zo rijk, Hij kan 'n hele grote beloning geven.
Als mijn kindje braaf is, krijgt het van moeder ook wel eens wat voor beloning. Als je 's middags lief met broertje hebt gespeeld, zegt moeder: Komen jullie eens hier, je hebt samen zo lief gespeeld, nu krijg je voor beloning allebei een lekker koekje.
De engelen waren zo goed gehoorzaam geweest aan God en nu zei God tegen de engelen: Voor beloning mogen jullie Me zien, voor altijd mag je bij Mij zijn in de hemel. Dat was nog eens een beloning! Nog héél wat anders dan 'n koekje uit moeders trommeltje. God is zo mooi. Als je bij God bent, ben je zo blij en gelukkig, dan is het altijd feest. En nu mochten de engelen dat niet één dag, ook niet tien dagen, nee, voor altijd. Altijd zijn ze nu zo gelukkig en dat zal ook altijd zo blijven. O, wat waren ze blij. Ze mochten nu komen bij de troon van God. Eerbiedig knielden ze neer en ze bedankten de goede God voor die grote beloning. Maar luister nu eens, kindje, wat moeder nu gaat vertellen. Die mooie hemel is niet enkel voor de engelen. Nee, hoor! Alle mensen, die net als de brave engelen ook alles doen wat God, onze Vader in de hemel, wil hebben, mogen later ook in de hemel komen. Ja, ze mogen dan ook God zien en voor altijd bij Hem zijn. O, hoe heerlijk! Wil je dat wel? Daarom moet je goed naar moeder luisteren, want moeder leert je, wat Vader in de hemel van je wil hebben. God zegt: Ik wil, dat de kindertjes altijd mooi bidden, met de handjes samen en de oogjes toe. Ik wil, dat ze lief spelen thuis met broertjes en zusjes, dan geen ruzie maken en het speelgoed van elkaar afpakken. Ik wil, dat de kindertjes ook altijd doen, wat vader en moeder zeggen. Soms heeft moeder 't heel druk, dan moet ze veel kleertjes wassen of naaien. Kleine zus in de wieg begint dan wel eens te huilen. Moeder heeft dan geen tijd om er dadelijk heen te gaan. En dan zegt moeder wel eens tegen je: Toe, ga eens even naar kleine Miep, geef ze de rammelaar en speel wat met haar. Dan moet je dadelijk je speelgoed laten liggen en even lief met zusje spelen.