[31] (Novemberland van lood, de herfstman gaat)(aant.)
1 |
Novemberland van lood, de herfstman gaat |
2 |
er dwars doorheen, de dunne dradenman. |
3 |
Op hoge stelten weeft hij aan een plan |
4 |
dat in mijn hoofd |
{ geschreven } |
staat |
|
|
{ uitgestippeld } |
|
4/5 |
|
5 |
Hij zal u vinden, waarschuwt mij en dan |
6 |
tast ik de lijnen af tot waar gij staat |
|
7 |
De bossen om ons sluiten hun brokaat |
|
|