Yang. Jaargang 10(1974)– [tijdschrift] Yang– Auteursrechtelijk beschermd Vorige Volgende [pagina 198] [p. 198] PAUL KLEE [pagina 199] [p. 199] [Naar Klee - De goudvis] Ik ben het goudvisje van Klee geen wezen maar een ding met dode visseogen waarin herinnering aan liefde en onvermogen tot loutering. Dit is mijn wereld de gestolde vormen die ik overal rondom mij aanstoot met schuld en met vervreemding tot leven schep waarin ik denk dat ik belangrijk ben. In deze wereld van het vlees de vrouwelijke wrevel van borsten dijen ingewanden en de vagina waarin ik verbijsterd zwem - alleen - leef ik verliefd verlegen met op mijn vel de schilfers wit als van een vis die stervend is. Fallusgelijk staan zij rond mij dreigend de wijfjes van de dingen de keien die het water slijpt tot honderd vingers van verschrikkelijke liefde. Ik voel die vingers aan mijn lijf en waar mijn vel van wellust schrijnt sluit een onzichtbaar wezen zijn wurgende spiraal de magna mater. Ik noem die inktvis zilveren licht dat rijpt tot etter waar mijn vel hoornachtig afsterft. Het kijkt mij uit de dingen aan benauwt mij en geneest voor nieuwe vreugd en nieuwe vrees. Mijn diepzee is mysterie en dat ik leef is heel de zin van wat ik zwemmende ervaar en zonder zin bemin. (naar Klee - De goudvis) WILLY SPILLEBEEN Vorige Volgende