Yang. Jaargang 10(1974)– [tijdschrift] Yang– Auteursrechtelijk beschermd Vorige Volgende [pagina 7] [p. 7] Drift op zolder en vragende kinderen Het gouden T-Shirt heeft miljoenen gekost En het bronzen despotenhoofd beroofde zelfs god van zijn lokkende klok Maar dit alles is nu over Een pruik is nu net zo kostbaar als echt haar En het is avond. Je sluit de zaak, laat De rolluiken neer en staart even in een plas Op het trottoir: ‘wat een geweldig wit dier’ Daarna draai je de lichten uit, niet die boven de spiegel En boven de fruitmand, fruit dat daar al eeuwenlang ligt De appel van paris, de druiven van bacchus, de harde Noten van loki en je blaast de haren van je tong, Denkt aan morgen, klopt op ongeverfd hout En zet eindelijk de strijkbout in je hoofd van het vuur De klok reist rond Eeuwen voltrekken zich, hond na hond Bevuilde de gelaarsde voet van het kruis De muis baarde de stenen staart van zijn berg Iedereen ging wonen in een theemuts tussen lauwe radiolampen Maar jij verhuisde naar zolder, lekker dicht bij de zon En het licht daar juist nog net geregeld Door de 1001 nationale stillevenschilders Je bouwde er een boom van zeepklodders Voor lieflijk lawaai voordien Aleen verspreid door die visionaire zeevogels Die ieren graag zien En je bouwde je een weg van afval De weg die kinderen gaan Aan de hand van feeën uit vodden [pagina 8] [p. 8] Zodoende: Tussen kisten paperclips genoeg om Alle aandelen van montgomery ward Aan die van bethlehem steel te hechten Tussen zakken vol mondorgels goed voor Alles van soupé tot soesah Tussen ladingen zakspiegeltjes zeepbellen bakpoeder Kurken schuimspanen parapluus krijt messen Speelgoedautoos tuinsproeiers pijpewissers newtonringen Akademische busten geprepareerde darmen limonaderietjes ontlok je aan het leven al de elkaar omarmende En al de elkaar verscheurende kleuren Je weet nu wat rood doet Rood loopt graag in het groene gras Je weet nu wat geel weet Dat de zon schijnt omdat niemand graag dood gaat En van blauw: dat hemelsblauw zwart ziet Voor een kind dat niets krijgt LUCEBERT [pagina 9] [p. 9] KAREL APPEL Vorige Volgende