De Vlaamse School. Nieuwe reeks. Jaargang 11
(1898)– [tijdschrift] Vlaamsche School, De–
[pagina 325]
| |
![]() | |
Over Nederlandse gotieken in het buitenlandGa naar voetnoot(1)II
| |
[pagina 326]
| |
Godheid en Naleven: de Nederlandse en Italiaanse middeleeuwers, en noch méer dan de Italiaanse, die, uitgezonderd enige voorgangers als Cimabue, Giotto en vooral Fra Giovanni Angelico, welke dan ook waarlik het hoogste toppunt van ware mistiek bereikt hebben, door hun klimaat te sensueel zijn, mogen de Nederlandse de eigenlike schilders der kristelike mistiek genoemd worden. Welnu, in de Louvre ontbreken zij bijna geheel. Dit is des te vreemder, daar de Italianen er door meer dan één meesterstuk vertegenwoordigd zijn. Eén Nederlands meesterstuk is er toch, al is het dan ook geen mistiek meer: De Parabel van de Blinden, van Breughel. Een tweede schilderij, dat de Nederlandse 15e eeuw niet tot oneer zou strekken, is De blijde Boodschap van een onbekende. Een kamer, zoals van Eyck ze zou gedacht en geschilderd hebben, volmaakt van doen en prachtig van kleur en stijl, grandioos en trots, en toch met de tederste liefde tot in de minste bizonderheden uitgevoerd. Maria, half knielende, wendt haar hoofd tot de engel, die haar de blijde boodschap brengt. Beide fieguren hebben iets bovenaards; de Engel vooral is onmiskenbaar een gezant van de Hemel. Zijn blauwe opengevouwen vleugels hebben noch de kleur van het firmament. Het somptueuze en zeldzame rood van de bedgordijnen rechts en van de drie kussens op de bank aan de linkerzijde van de Engel omringen het gehele schilderij met een krans van pracht en diepe majesteit. Het schilderij kon wel van Gossaert of Mostaert zijn, want de naam van van Eyck komt in mij slechts op bij het zien van de omgeving, veel minder bij de fieguren. Van Eyck, de grote, mannelike van Eyck, van zijn kracht bewust, in tegenstelling met Memlinc, die tederder, vrouweliker is, heeft hier slechts éen tafereel, De Maagd met de Begiftiger. Hoe beroemd dit stuk ook zij, mij schijnt het niet zo hoog te staan als de andere werken van de meester. De kleur van het geheel is zwart, niet lichtgevend, en doet enigsins denken, dat het een kopij is, door volmaakte reproduksiemiddelen verkregen. De bewerking is echter buitengewoon volmaakt en de grandioos geziene maagd is werkelik de menselike moeder van een God, al blijft zij ook eenvoudig een vrouw en al is het kind Jezus een kind uit de burgerstand. In de achtergrond alleen ademt men een bovenaardse atmosfeer: de vrome stad, met haar ontelbare en feestelik versierde torens, heft er haar lofzang tot de Hemel van helder goud. De rivier ook trekt als een lang gebed haar heldere band tot ginder ver, achter die heilige blauwe bergen. Ook Rogier van der Weyden moet men hier niet beoordelen. Van hem een heel klein paneeltje, zeker zonder die grote godsvrucht, waarmede zijn beste werk geschapen en uitgevoerd werd, enkel iets als een intermezzo of een vluchtig gebed. Het stelt voor een maagdeken | |
[pagina 327]
| |
Onbekende Meester - DE BLIJDE BOODSCHAP
en haar kind, half zittende in een gouden nis. Een teder moederlik gevoel doet de Maagd met haar vinger op de borsten drukken, om het ernstig kindje te voeden. Van Memlinc zijn er verscheidene kleine panelen. Het tweeluikje, Mistiek Huwelik van St-Catarina, onvast van gedachte en van bewerking, schijnt geschilderd zonder overtuiging en liefde. Niettegenstaande een zeer heldere en rijke kleur, lijken deze twee paneeltjes te veel op twee bladzijden van een geënlumineerd handschrift en dan noch niet eens van de mooiste. Joannes de Doper en Maria Magdalena is een klein vleugelstukje. De twee fieguren zijn edel en teder. De heilige is voorgesteld met reeds lijdende trekken en als wetende, dat hij de voorganger is van Christus, dat hij voor Hem lijden moet, en ook misschien dat hij zal sterven ter wille van de zinnelike liefdedrift van een vrouw, die hij, als voorganger van Christus, moet versmaden. Van hem is er noch een klein triptiek: Opstanding en Verrijzenis van St-Sebastiaan. Hier is het linkerluikje, ‘St-Sebastiaan’, zeer mooi van groepering en de boogschutter, welke zijn pijl gaat afschieten, is heerlik waar van beweging. Doch niets bovennatuurliks is er in dit stuk, behalve de engel, die de steen van het graf wegschuift; heerlik van kleur en harmonie zijn de kleêren van de slapende soldaat: groen, blauw, rood en geel. De hemelvaart zelf is waarlik Memlinc niet waardig. | |
[pagina 328]
| |
Wat nu betreft het grote stuk, De Maagd en de Begiftigers, het is een koud meesterstuk, kouder zelfs dan het grote schilderij van het St. Jans-Hospitaal te Brugge. De hoofdfieguren, Maria en het Kind Jezus, zijn alles behalve bovennatuurlik; niets verraadt wat ze zijn; alleen de H. Johannes zegt het ons. In een houding vol eerbied en liefde, vol oneindige vrees en teerhartigheid ziet hij naar zijn God en Diens maagdelike moeder. Ja, hij alléén geeft aan dit vrij grote doek zijn betekenis en gaarne herkennen wij in dit meesterlik fieguur de geest van een der vier grote mistieke schilders van Vlaanderen. Verder vindt men noch een schilderij van Rogier van der Weyden: De Kruisafdoening. Dit stuk vloeit over van de aandoening, welke men zo hevig bij deze grote meester aantreft, want ik beschouw deze kunstenaar als de meest lijdende. Toch is dit stuk erg onvoldoende, om een volledig denkbeeld te geven van de teergevoeligheid en van de tekniese bedrevenheid van Rogier. Een mooie achtergrond van heuvels en blauwe bergen, en - dichter bij het ledig, te klein en nietszeggend kruis - een goudkleurig heuveltje met rotsen en boompjes, zijn buitengewoon mooi van kleur. Van Gossaert een Portret van Jan Carondelet, verbazend natuurlik en levend, van een onovertroffen realisme; dat hoofd, die handen, dat oog, dat hele fieguur leeft, tintelt van zenuwen en bloed onder dat blanke vel, en - ook dit is op te merken - de schaduwen blijven blank en het vlees blijft éénwezig van kleur zowel in de schaduw als in het licht. Van de zelfde noch een schoon Portret van een benedictijner Monnik en een minder goede Maagd. Eindelik zijn er in de Louvre noch enkele min of meer goede Onbekenden. Van Matsijs heeft men erg ondergeschikte stukken, vooral een akelig zoete Jezus met de goddelike septer en de aardbol in handen. Van Geeraard David een Bruiloft van Kana, van Hiëronymus Bosch van Aken een stuk, dat, volmaakt als werk, bijna aan Breughel zou doen denken, was het niet dat de kontrasten van kleur, de donker-bruine algemene toon en de kadmium- en vermiljoenvlammen wel degelik aan Hieronymus Bosch herinneren. Een zeer eigenaardige opmerking is er te maken omtrent de achtergronden, landschappen en stadsgezichten van bijna al de werken van de Vlaamse en Nederlandse mistieke primietieven. Bij alle zijn deze landschappen niet van Vlaanderen noch Holland, veeleer van Duitsland, Italië of Frankrijk. Bergen, heuvels, rotsen, rivieren met hoge stenen bruggen, vloeiende tussen bergen en rotsen, steden welke meer aan Rijnlandse doen denken. Was dat een tradiesie? En waarom komen de Vlaamse streken terug als het mistieke verdwijnt, zoals in De Parabel van de Blinden en elders? | |
[pagina 329]
| |
En - zonderlingst van alles - die landen zijn gewetensvol gezien en geschilderd, zij doen ons aan als volkomen wààr, en geensins als enkel gedroomd of gefantazeerd! Augustus '98 Frantz M. Melchers, Parijs. ![]() |
|