De Vlaamse School. Nieuwe reeks. Jaargang 11
(1898)– [tijdschrift] Vlaamsche School, De–KunstnieuwsVan ChristusGa naar voetnoot(1)
Van al die negen ‘portretten van Christus’, want een anderen naam weet ik er niet aan te geven, beviel mij n. 6, van Franz Stück, te München, na minisieuse beschouwing van alle, het best... De uitdrukking van het gelaat op deze, achter glas geplaatste schilderij, is het minst konvensieoneel - het meest mannelik en goddelik verheven - en mist geheel het eenigsins mild zoetsappig sentimentele, dat de meeste der overige Christustypen m.i. ontsiert. Eene overschone, zachtgolvende lijn vormt de onmerkbare overgang van voorhoofd en neus... het lange, donkere haar hangt welig op de schouders... In de diepste diepten van de fluweeldonkere ogen ligt een verheven uitdrukking van wilskracht en macht.., de linkehand, die het witte opperkleed vasthoudt, is bijna geheel verborgen achter het glas van de schilderij, - de biezonder schone rechtehand - een tengere hand van veel lijden, is half als ter betoog geopend - de achtergrond, heel donker, heel rustig, vormt bijna éen geheel met het inktdiepe zwart van hoofdhaar en baard. No 1 van F. Brütt te Düsseldorf, is m.i. de zwakste van de gehele cyclus... Het beeld is konvensieoneel - gewoon, alledaags en viel het meest van alle in de smaak van het rond mij schuifelende, sloffende, fluisterende, onbekookte aanmerkingenmakende publiek Het ‘luisteren’ in het gezicht en de houding waren echter niet onverdienstelik. No 2 van Prof. Kampf te Düsseldorf, beviel mij daarentegen zeer goed... Geheel vrij van alle konvensie, in een noch al tiepige, ongewone, zeer artistieke lijst. - Een jood, een mooi-interessante, magere jood, met al 't eeuwen lang lijden, van het volk van God in de droeve, diepe, donkere ogen. De haren, heel dun, heel donker, hangen recht neer op het blinkend kleed van roomwit linnen, met de rode gordel en een onderkleed van oranjegeel... De handen vooral zijn zeer schoon - echte ‘dulders’ handen.... Op het voorplan eenige rollen papier... op de achtergrond een kleine doorgang in een nis... No 3 van Prof. Carl Marr te München. Volgens het getuigenis van deze kunstenaar zelf... ‘durfte das Antlitz des Erlösers, den merkwürdigen, gewaltigen, grandiosen Geist der in ihm wohnte, kaum in seiner Äuszeren Erscheinung verraten haben’... Zijn opvatting van het Jezusgelaat is echter zeer schoon, kalm en rein, met een roerende uitrukking van weemoed en vrede, in de wijde, a nandelvormige, staalgrauwe ogen. Het haar is zwart als op de schilderij van Franz Stück... de pinkers echter iets lichter dan de haren... De hemel donker loodkleurig grijs... de achtergrond rood - rood bloedig purper, vormt door eenvoudig wassen in de kleur, een rotsenlandschap met een waterval in de wolken. ‘Der blutrote Himmel mit dem düstern, heranziehenden Wolkengebilde, | |
[pagina 62]
| |
welches gleichsam sein fürchterliches Geschick audeutet... mit seinem Blute, eine Welt erlösen zu müssen’... No 4 van Prof. Gabriel Max, München. ‘Hohen Ernst, mit Milde und Reinheit verbunden, strebte ich darzustellen’... 't Gezicht zeer schoon, van kleur en lijnen, zegt mij persoonlik, echter niets... een mooi, blond type van een mooie, jonge man, die mij, als ik enige uren in zijn gezelschap moest doorbrengen, ontzettend en ontzaggelik zou gaan vervelen. ‘Er tritt mit einigen Anhängern aus einem dunkeln Gehöft’... Ik onderscheid van die ‘Anhängern’ maar twee fieguren - de ene duidelik - de andere heel vaag... Het donker bruingroene kleed en de entoerage zijn zeer schoon geschilderd. No 5 van Prof. Skarbina te Berlijn... Het is wel mooi, wel interessant, dat avondlandschap van bloedrood door nevelen, met die mooie half-krankzinnige met zijn gevouwen handen en zijn over 't gras slepend, wijdvlottend gewaad... maar toch - het geheel bevredigt mij niet... Ze bevredigen mij eigenlik geen van alle volkomen - al die konvensieonele schilderijen van moderne - schrikkelik begin - van - de - eeuwachtige, ouderwetse konvensiekunst... Alleen het eerste - dat van prof. Franz Stück, gaf mij een ogenblik een volkomen sensasie van genot. No 7 van Hans Thoma, te Frankfurt am/Main, beviel mij noch minder dan een der vorigen... Ten eerste wordt het geheel bedorven, door een gillende, rode, bonte lijst, waarvan het harde blauwselblauw, dat de kunstenaar wel degelik beschouwd wil zien als integrerend toevoegsel aan het geheel, luidruchtig vloekt tegen het lichtere blauw van de Oosterse hemel en het gillende rood van het rode kruis Het levensgrote gezicht op de schilderij zelf vertoont het zoetsappig, onbetekenend type van vele Duitsers aan de Rijn..., breed, met grof ontwikkelde wangbeenderen, met weinig uitdrukking, kalm, stil, geduldig... als van een wat domme, goedig, blonde vrouw... De omgeving is echter zeer verdienstelik geschilderd... de trillende blauwe, warme lucht zou, indien ze niet door die afgrijselike lijst werd omgeven, - goed doen tussen de witte daken; De paarspurperen berganemone is zeer schoon in de schone hand. - De lichtgele jonquilles in het gras op het voorplan zijn met de bedriegelike natuurlikheid van de gotieken geschilderd... No 8 van Prof. van Uhde te Munchen. ‘Der Auffassung meines Bildes, Jesus Christus habe ich ein Wort aus dem Kapitel des Johannes Evangeliums zu Grunde gelegt!... Und das Licht scheinet in der Finsternis.’ - Een lelike man - hoe lelik, hoe vulgeer - met de starre ekspressie van halfkrankzinnigheid in de ogen..., de handen rood, bloedig rood, in het vurig, rode licht. Het geheel, dat het meest van alle negen, louter op effekt geschilderd is, bereikt dat effekt m.i. niet. No 9 van Prof. Ernst Zimmermann, München. Jezus wandelt langs een veld met bloemen, onder de bomen van de Olijvenhof... Het beeld is geheel Westers van opvatting... Wilgen, wegekruid en wouden in een landschap van Noordelik Europa... Het gelaat is schoon, van het konvensieoneel Grieks-Duitse type, zachte, lichte, kastanjerode haren, laag neerhangend op het effen, witte kleed... De houding edel, eenvoudig en rustig... Maar toch - het geheel bevredigt mij niet! -
De schilderijen, die, zoals men mij zei, op hun doortrek waren naar Londen, hingen enige weken geleden in de kleine erezaal van Arti, in een juist en aangenaam licht. Ze zijn nu reeds naar Londen vertrokken, en de tentoonstelling is gesloten. |
|