Niemands kinderen?
Vondelingen, identiteit en de rechten van het individu in de verlichting
Catriona Seth
Samenvatting
Veel factoren waren verantwoordelijk voor de aanzienlijke stijging van het aantal door ouders verlaten kinderen in Europa in de 18e eeuw. Archieven in Frankrijk, in het bijzonder in de grote provinciesteden, bevatten een groot aantal bewaard gebleven aantekeningen en bewijzen die hiermee verband houden, waaronder speelkaarten, linten, armbanden en munten. Deze ontroerende papieren en objecten, samen met afbeeldingen, romans, brieven en dagboeken, bieden onderzoekers allerlei waardevolle informatie. Ze geven inzicht in de opvattingen over identiteit ten tijde van de Verlichting en hoe deze kunnen worden onderzocht met behulp van documenten of door indirecte bewijsvoering (bijvoorbeeld doop-certificaten, aanwijzingen van het tijdstip waarop de baby te vondeling werd gelegd, beschrijvingen van de kleding die hij of zij droeg). Dit laatste kon gebeuren door het vaststellen van fysieke gelijkenis met een familielid, aan de hand van misvormingen of opzettelijke littekens, maar ook werd belang gehecht aan intuïtie, die volgens sommige commentatoren zoals Diderot, een moeder natuurlijk koppelt aan haar zoon of dochter en verwanten in het algemeen.
Achttiende-eeuwse schrijvers gebruikten vondelingen als de helden van tal van fictieve verhalen. Zij verschaften de auteurs ook een analogie met het lot van (vooral anoniem) geschreven werk, nadat dat eenmaal was gepubliceerd: het geschrift als metaforische vondeling. De alomtegenwoordigheid van verwijzingen naar vondelingen in de literatuur laat zien hoe belangrijk dit paradigma van het verlaten kind was en hoe het heeft bijgedragen aan het ontstaan van de moderne roman.
Beschouwingen over de vraag wanneer kinderen kunnen of moeten worden gescheiden van hun geboortefamilie en of zij al dan niet als wezen moeten worden gezien, en de specifieke gevallen van meer of minder geslaagde adopties of het in pleeggezinnen opnemen van kinderen in het pre-revolutionaire Frankrijk, nodigen ons uit om de achttiende-eeuwse omgang met vondelingen in een breder perspectief te plaatsen. Bovendien nodigen de beschouwingen uit om na te denken over de moderne praktijken, de huidige wetgeving met betrekking tot de rechten van het kind en de moeder, en het recht dat we allen hebben - ongeacht de omstandigheden - om onze volledige identiteit te kennen.