De verlichting en de oorsprong van religieuze tolerantie
Lynn Hunt
Samenvatting
In de Europese landen waar de overheid geen eenheid op godsdienstig gebied kon afdwingen, begon religieuze tolerantie als een praktische maatregel. In de loop van de achttiende eeuw ontwikkelde religieuze tolerantie zich geleidelijk tot godsdienstvrijheid en werd vervolgens een grondrecht en onderdeel van de Rechten van de Mens. Moet alle krediet (of blaam) van deze ontwikkeling worden toegeschreven aan de intellectuele beweging die als Verlichting bekend staat, zoals de aanhangers en bestrijders van de Verlichting altijd betogen? Zonder de betekenis van geschriften van de Verlichting onnodig te minimaliseren, dient voor een antwoord op die vraag een bredere visie te worden ontwikkeld, in het bijzonder een die de aandacht richt op het effect van de visuele weergave van de diversiteit van de religieuze praktijk in de wereld.
Reisgeschriften worden al lang beschouwd als belangrijke bronnen voor het gedachtegoed van de Verlichting en de ontwikkeling van nieuwe ideeën over religie. Godsdienstvrijheid als recht van mensen hangt samen met het scheppen van een zekere emotionele afstand tussen iemands eigen geloof en het vermogen om over geloof in vergelijkende zin na te denken, allebei zaken die in reisteksten naar voren komen. Godsdienstvrijheid zou zonder betekenis zijn als individuen niet in staat waren zelfstandig besluiten te nemen over hun geloof. Zij kunnen alleen zo handelen wanneer geloof iets is dat buiten henzelf staat. De reisliteratuur hielp de Europeanen zich op een afstand van hun eigen geloof te plaatsen en godsdienst te zien als iets pluriforms in een cultureel systeem en niet als een overtuiging van de absolute waarheid.
Gedrukte afbeeldingen - in koper gegraveerde prenten samen met gezette teksten - verschenen op het eind van de zestiende eeuw in de reisliteratuur. Gravures en etsen verbreidden kennis over andere godsdiensten op een manier die door middel van teksten niet werd bereikt. Zij maakten het de aanschouwer mogelijk zich te identificeren met, of tenminste zich een voorstelling te maken van, de gewoontes van andere religies. Door ons te richten op de prenten in Jean Frédéric Bernard en Bernard Picarts Cérémonies et coutumes religieuses de tous les peuples du monde (1723-1737) [Nederlandse vertaling [Abraham Moubach], Naaukeurige beschryving der uitwendige godtsdienst-plichten, kerk-zeden en gewoontens van alle volkeren der waereldt; in een historisch verhaal met eenihge naaukeurige verhandelingen ontvopuwen, door verscheiden aanmerkingen opgeheldert; en in kunstige tafereelen afgemaalt: geteekent door Bernard Picard], is het mogelijk te zien hoe een nieuwe visuele voorstelling van geloof in de loop van de achttiende eeuw tevoorschijn kwam en hoe denkbeelden over religieuze tolerantie zich in de Verlichting konden ontwikkelen tot echt revolutionaire wetten over godsdienstvrijheid.