33
Tussen de lege huizen hangt geen licht: dit is een avond van de vijand. Spionnen zijn onderweg. Wegen worden ondermijnd. Bruggen van springstof voorzien. De enige straatverlichting moet uit. Tweelingen zijn gekomen om te doden. Vuren zijn ontstoken en op sommige plaatsen wordt al gedanst. De herten zijn onrustig en de pauwen schreeuwen afgrijselijk. Over de vlammen worden de fietsen weggegooid. Ze zijn gekomen: teruggaan is niet belangrijk. Zij gooien met stenen naar alles wat beweegt, naar licht, licht overal: - in de ogen van de dieren, - achter de ramen van de onbewoonde huizen (waar nooit wordt gesproken, waar snel wordt gehandeld, desnoods met het mes op de keel), - in de rijdende auto's. Om de twintig minuten komt een bus voorbij. Direkt wanneer hij voorbij is beginnen. Stenen en trottoirranden worden aangedragen. De weg maakt hier een hoek van 90 graden in het lege land. Vlak om de hoek de tweede stelling. Dit alles in een kwartier. Er was alleen materiële schade, - en door de nacht sprongen de verdoemden, de reddelozen, vermomd met gestolen lakens.