huis, aan het begin van dat bos, u zult het wel kennen, toen ze plotseling, terwijl ze zich voor de grap wilde verstoppen, over een grote tak viel’ (en toen we eenmaal lagen en ongeveer een uur hadden geslapen, zoals we om een bepaalde reden vaker deden, maakte ze me wakker door zachtjes met mijn hand over haar profiel te strijken. Ik was me meteen bewust waar we waren), ‘het bleek dat ze op een been niet meer kon staan. Ik heb haar gedragen, maar midden in het bos kon ik niet meer, trouwens met dit tempo zouden we pas tegen de morgen thuis zijn gekomen’ (je kijkt alsof je aandachtig luistert, maar ik zie aan je ogen dat je me niet gelooft, dat je niet gelooft dat alles zo vreselijk gedwongen ging, zo zonder romantiek, maar hard en ruggelings in koud stro). ‘Daarom dacht ik dat we beter naar de schuur konden gaan, die ik daar toevallig weet te staan, om er de nacht door te brengen’ (maar ik was me bij deze bekende gebaren ook meteen bewust welke tijd van het jaar het was en waarom ik zo verschrikkelijk moe was en minder hongerig) ‘en dan de volgende dag met een tractor mee naar de stad te rijden. We begrepen wel dat u daar bezwaren tegen zou hebben, maar ik wist niet wat we anders konden doen. Ik heb haar naar de schuur gedragen’ (en toen ik haar aanraakte wist ik dat ik werkelijk van haar hield, zou blijven houden, maar mijn lichaam was hard en afwezig) ‘waar we van stro een soort bed maak-