| |
| |
| |
De bruiloft van Mirabella
Dit alles was gebeurd en sedertdien waren er weer enige maanden voorbij gegaan. Prins Carolus was teruggekeerd naar het kasteel van zijn vader, maar de feestelijkheden moesten nog even worden uitgesteld omdat hij eerst van top tot teen in de kleren moest worden gezet, want bij de schipbreuk, vijftien jaar geleden, had hij alles verspeeld en in Flamingolië had hij zonder kleren rondgelopen. Daarna moest er nog van alles voorbereid worden, zowel in Erynië als in het huis, waar Mirabella woonde. Eindelijk echter was het zover en op een dag in April zou de bruiloft worden gevierd.
De hele ochtend kwamen er telegrambestellers met gelukstelegrammen de stoep oplopen en de prachtigste bloemstukken werden bezorgd.
Uit de verdieping, waar de prinses woonde, was de vlag uitgestoken en het balcon was met groene
| |
| |
slingers omwonden. Het hele huis was trouwens in grote opwinding over de bruiloft. De zanger en de zangeres van de tweede verdieping hadden een mooi lied ingestudeerd, dat ze straks in de kerk, waar het huwelijk voltrokken zou worden, gingen zingen. De oude meneer en de oude mevrouw hadden hun leunstoelen vlak voor het raam gezet om goed te kunnen kijken als straks de bruid naar buiten kwam, want ze waren dol op bruiden, waarbij zij altijd een traantje wegpinkten omdat zij erdoor herinnerd werden aan hun eigen bruiloft, nu twee en zeventig jaar geleden. De wasvrouw, juffrouw Truus, was de hele week al druk in de weer geweest, want ze had alle vitragegordijnen en buffetlopers en tafelkleden en servetten een extra sopje gegeven. Zelfs de kleermaker van de bovenste verdieping keek minder bars dan anders, want ditmaal hoefde hij geen stukken te zetten op lelijke, kwalijk riekende pilo broeken, maar de prinses had een grote rol rose-rood koordfluweel naar de bovenste verdieping laten brengen, waarvan hij spiksplinternieuwe bruiloftsuniformen voor de lakeien maken moest, met korte broeken en getailleerde jassen met zilveren knopen. De grootste verandering echter had Frédéric ondergaan, want bij deze gelegenheid kwam het uit, dat hij de neef was van prins Carolus en dát niet alleen, maar
| |
| |
hij bleek de lievelingsneef te zijn geworden, met wie Carolus, na diens terugkeer uit Flamingolië, het liefst praatte. Of praten? Hun gesprek bestond eruit dat Carolus voor Frédéric probeerde de wijsjes te fluiten, die de fonkelende vogels plachten te zingen en Frédéric had daarvan een muziekstuk gemaakt, waarin al die zachte trillers, al dat gekweel en gekwinkeleer was verwerkt. De moeder van Mirabella was in het geheim en had de arbeid van Frédéric vorstelijk betaald. Nu kon hij kleren kopen en daar hij getuige was bij het huwelijk en dus mee zou rijden in de stoet, zag hij er prachtig uit in een grijsfluwelen pak met kanten lubben.
Josientje zat de ochtend van de bruiloft voor het raam van haar kamertje, vanwaar ze een mooi uitzicht zou hebben op de stoet. Ze was blij, dat het mooi weer was en dat de lente de eerste bloemen alweer had laten ontluiken. Vlak voor haar raam vlogen de duiven uit de hoge bomen en kleine mussen af en aan met pluisjes in hun snavel, waarmee ze het nest zouden voeren, waarin ze nu gauw eieren gingen leggen. Het waren flinke pluizen van roetzwarte kleur, zo groot dat de vogels nu wel gauw met hun nestbouw zouden opschieten. Voor het andere raam zat Jojo te spelen. Josien was net bezig zich te verwonderen, waar de vogels toch al die
| |
| |
zwarte pluizen vandaan haalden, toen er boven haar hoofd een groot rumoer losbrak. Er werd hard met deuren gegooid, ze hoorde roepen en er werd vlug langs trappen gedraafd. Maar Josien dacht, dat al dat kabaal wel met de bruiloft te maken zou hebben en trok er zich daarom niets van aan.
Plotseling werd er op de huisdeur gebonsd. Ze hoorde haar moeder met iemand praten, later kwam ook haar vader de gang op lopen. De stem van de vreemde bezoeker werd hoe langer hoe luider en nadrukkelijker en, naar Josien meende te horen,
| |
| |
zenuwachtiger. Josien, wat nieuwsgierig, liet zich ook maar van haar vensterkozijn afglijden om te kijken wat er aan de hand was.
Daar stond de opperlakei van de prinses, maar wat zag hij eruit! Zijn gezicht was doodsbleek, zijn haar hing woest over zijn voorhoofd, waarop zweetdruppeltjes parelden. Ondanks zijn prachtige nieuwe rose-rode uniform zag hij er zeer ontredderd uit. Wat kon er toch gebeurd zijn?
Het bleek, dat de oude prinses, zonder dat ooit iemand dit geheim had geweten, een zwarte pruik droeg, omdat ze tengevolge van zware koortsen sedert veertig jaar geen haartje meer op haar hoofd had. Het was zo kaal als een hand. Het ravenzwarte kapsel van de oude dame was dus niet aan eigen jeugdige haargroei te danken. Maar verbeeld je, nu net op deze dag der dagen, nu de hele wereld nieuwsgierig was te zien, hoe mooi zij er wel bij het huwelijk van haar dochter uitzag, was de pruik onvindbaar. Het laatst was hij gezien des ochtends in de vroegte, toen de pruikenmaker bezig geweest was om er krullen in te zetten voor het feest. De man was even de kamer uit gegaan om een diamanten ster te halen, die hij in het kapsel wilde bevestigen. Toen hij met het glinsterend sieraad in de hand terug kwam bleek de pruik te zijn verdwenen.
| |
| |
Josien's moeder vroeg of het raam misschien had opengestaan, waarop de lakei bevestigend knikte. Inderdaad, men had de kamer willen luchten omdat de vele rozen, die waren binnengebracht, zo'n zware geur verspreidden, dat de oude prinses vreesde er hoofdpijn van te zullen krijgen.
Toen Josientje dit hoorde schoot er een grote schrik door haar heen. Met ontzetting dacht ze aan de zwarte pluizen, die de mussen en de duiven met zoveel ijver hadden bijeengegaard. Ze holde naar haar kamer en ja, daar zat Jojo met de laatste resten van de pruik, wat niet meer was dan een rose zijden kapje, waaruit alle haren waren weggeplukt. Net was hij bezig om de allerlaatste krul door het open raam naar buiten te laten vliegen, waar deze handig werd opgepikt door twee vechtende mussen.
Dit was verschrikkelijk! Hierbij vergeleken waren de ondeugende streken, die het aapje in de school had uitgehaald, kinderspel. Maar hoe erg het ook mocht zijn, Josien moest deze vreselijke tijding aan de radeloze lakei mededelen. Het erge was dat de oude prinses geen tweede pruik bezat. In haar roodfluwelen japon met kanten zag zij er met haar kale bol allerbespottelijkst uit. Daarbij kwam nog dat net bericht was ontvangen, dat de koets met de twaalf bepluimde paarden, waarin de vorst van
| |
| |
Erynië zou uitrijden, onderweg was. De oude dame was te verbijsterd om te huilen, ze zat verstijfd van ellende op de kanapee met de handen voor het gezicht. Nu was alles zo prachtig in orde: alle banketbakkers van het land hadden samengewerkt om de heerlijkste taarten te bakken, de japon van de bruid was een droom van paarlen en kant en nu had een enkel aapje alles in de war gestuurd. Alle bewoners van het huis deelden in de verbijstering. Het was goed, dat de straat was afgezet, want de opperlakei was in staat geweest om met een grote schaar de eerste en beste voorbijgangster met mooi haar de vlechten af te knippen. Vooral Josientje voelde zich ongelukkig. Ze was in haar ellende de trappen opgelopen, naar juffrouw Truus, want als iemand troosten kon, dan was die het wel. Zo ook dit keer.
‘Is dat alles, kind?’ zei de wasvrouw. ‘Laat mij eens denken.’
Dat denken duurde maar heel even.
‘Zo,’ zei juffrouw Truus, ‘ik zal es effentjes een keuvelt je gaan houden met die prinses.’ Ze liep vlug naar beneden, klopte aan en vroeg de oude wanhopige dame te spreken.
‘Ik kom om u te helpen en te troosten,’ zei ze.
‘Och, dat kan niet, ik ben ontroostbaar,’ zei de prinses.
| |
| |
‘Neemt u mij niet kwalijk, lariekoek,’ zei de wasvrouw. ‘Luistert u eens, u bent een prinses en wat u doet, daar kijkt iedereen met bewondering naar.’ ‘Dat is het hem juist,’ jammerde de dame met het kale hoofd.
‘U begrijpt me niet,’ zei juffrouw Truus. ‘Ik heb gisteren zo'n prachtig kanten kleedje voor u gewassen, waar is dat?’
‘In de kast, derde plank rechts,’ zei de lakei.
‘Geef op,’ zei juffrouw Truus.
De lakei bleef stokstijf staan, maar toen zijn bazin onmerkbaar knikte liep hij met afgemeten passen naar de kast en kwam met het mooie kanten kleedje terug. De wasvrouw griste het hem uit handen, naderde de oude dame. ‘U staat me toe?’ vroeg ze. Dan plooide ze met handige vingers de kant om het hoofd. Ze vroeg om de juwelen ster, waarover de lakei had verteld, die bevestigde ze in de kant, dan nam ze een toef witte pauweveren, die in een zilveren vaas op de schoorsteen stond, en naaide die opzij vast.
‘Kijkt u nu eens in de spiegel,’ vroeg de wasvrouw trots. En werkelijk, het leek alsof de prinses de prachtigste hoofdtooi had, die op de wereld te koop was. Ze zag er veel mooier uit dan vroeger met de zwarte pruik. Iedereen kwam kijken en sloeg de
| |
| |
handen in elkaar. Later bleek ook, dat alle mensen, die aanwezig waren geweest op de bruiloft of die plaatjes ervan gezien hadden in de tijdschriften, over niets met zoveel lof spraken dan over het kanten hoofddeksel van de prinses. Het werd dé grote mode. Geen dame op leeftijd, die zich respecteerde, kon het voortaan zonder een dergelijke muts met pauweveren stellen. Zo had juffrouw Truus de situatie gered en toen de koets met de hoge gasten uit Erynië voorreed, stapte de oude prinses haar gasten met een waardige glimlach tegemoet.
Maar Josientje, die erg was opgelucht, zag nu wel in, dat het niet mogelijk was om Jojo nog langer bij zich te houden.
Apen worden als ze groter worden te ondeugend. Terwijl ze weer op de vensterbank zat om toe te zien, hoe prinses Mirabella met een sluier van wel twaalf meter lengte naast prins Carolus voortschreed over de loper, die men over het trottoir had uitgerold, en toen de twaalf paarden stonden te stampvoeten voor de deur en hun hoofden met de rode pluimen schudden van ongeduld, toen overwoog Josien, met het aapje dicht tegen zich aangedrukt, dat het heel naar was, maar dat ze haar moeder gelijk moest geven. Ze zou afscheid moeten nemen van haar lieve, ondeugende Jojo.
|
|