De wanhebbelyke liefde
(1753)–Philippe Quinault–
[pagina 20]
| |
Adriaan.
Maar laat my eerst eens spreeken,
Je zult zo ophooren! Daar zal zulken bommel uitbreeken!
Agniet.
Met my niet minder; maar daar zie ik Héndrik gaan,
Hy komt wél te pas; 't gaat hem voor alle and'ren aan.
|
|