8 oktober 1938/zaterdag.
Een anecdote van deze tijd: Zwitserland heeft nu ook een minister van marine. ‘Hoezo? Het heeft er toch geen nodig.’ ‘Duitsland heeft immers ook een minister van justitie’.
4 augustus 1940/zondag.
De Joden wordt thans ook de telefoon afgenomen. Dit murw maken door de jaren is ontzettend.
29 augustus 1940/donderdag.
Renerle zegt: ‘Slechts eenmaal het gevoel te hebben, dat het niet altijd nog zwaarder wordt.’
17 november 1940/zondag.
Een primitieve ethiek is van mening, dat men een streep onder het verleden kan zetten en opnieuw beginnen. Het geloof ziet de dingen volkomen anders: in een duurzaam dreigende en bedreigde wereld moet God uit ondeugden en puin van ons leven Zijn werk onder ons opbouwen.
16 november 1941/zondag.
Zal eens de tijd komen, dat men in zijn dagboek dit alles opnieuw zal lezen als de geschiedenis van de wonderbaarlijk goddelijke leiding? Daarom schrijf ik een dagboek.
24 augustus 1942/maandag.
De zware, zware angstdromen, steeds weer van gedwongen scheiding, deportatie en SS, waarvan elke dezer zo gemakkelijk werkelijkheid zou kunnen worden, drukken vaak gedurende de hele dag. Men gaat niet alleen bevreesd en gebukt door de dagen, maar ook door de nachten en wordt wakker van ontzetting, hoe zwaar en vreemd het eigen leven is geworden.
8 december 1942/dinsdag.
Ik ben bij Frick geweest. Hij wist zich alles nog duidelijk te herinneren. Hij, een van de voornaamste ministers en in de oorlog de algemeen-gemachtigde voor het burgerlijk beheer,