Prenteboekje naar Jan Luiken(ca. 1824)–P. Hanou van Arum– Auteursrechtvrij Vorige Volgende [pagina 14] [p. 14] De metselaar. Och! was ieder goed en wijs De aarde ware een Paradijs, Daar men in geen land of stad Ooit een' kwaden buurman had, Daar geen voormuur hecht en sterk Van het digtste metselwerk, Tot beschutting noodig waar: Maar de nijvre metselaar Werkte alleen aan huis of dak, Keuken, kelder, regenbak. En het zou, in zijn bestaan, Hem daarbij niet kwalijk gaan. [pagina t.o. 14] [p. t.o. 14] De Metselaar. De kwaa gebuur, Vereist een muur. Vorige Volgende