A is een Aapje
(ca. 1907)–P.J. van Geldorp–
[pagina 3]
| |
[pagina 4]
| |
![]() | |
[pagina 5]
| |
![]() | |
[pagina 6]
| |
![]() | |
[pagina 7]
| |
![]() | |
[pagina 8]
| |
![]() | |
[pagina 9]
| |
![]() In Romeinsche Cijfers is: Een I Twee II Drie III Vier IV Vijf V Zes VI Zeven VII Acht VIII Negen IX Tien X Vijftig L Honderd C Vijf Honderd D Duizend M | |
[pagina 10]
| |
Om na te trekken.A is een Aapje, dat eet uit zijn poot B is een Bakker, die bakt voor ons brood C is Charlotte die drinkt Chocolaad D is een Dame, die drentelt op straat ![]() | |
[pagina 11]
| |
![]() | |
[pagina 12-13]
| |
![]() | |
[pagina 14]
| |
![]() | |
[pagina 15]
| |
Om na te trekken.E is een Ezel, die gaat naar het land F is een Fruitvrouw, met fruit in haar mand G is een Geitje, en Gys staat er by H is een Held, met een houwer op zij ![]() | |
[pagina 16]
| |
Om na te trekken.I is een Inktpot, waar Izak uit schreef J is een Jasje, dat kreeg ik van Neef K is een Koopman, die koffie verzond L is een Landman, die leeuurrikken vond ![]() | |
[pagina 17]
| |
![]() | |
[pagina 18]
| |
![]() | |
[pagina 19]
| |
Om na te trekken.M is een Molen, die maalt door den wind N is een Nestje, dat Nicolaas vindt O is een Otter, die zwom in het meer P is een Papje, dat pikt aan een peer ![]() | |
[pagina 20]
| |
Om na te trekken.R is een Roover, die appelen steelt S is een Scheepje waar Steven meespeelt T is een Trommel, die Tante mij schonk U is een Uiltje, dat zit op een tronk ![]() | |
[pagina 21]
| |
![]() | |
[pagina 22]
| |
![]() | |
[pagina 23]
| |
Om na te trekken.V is een Visscher, met visch in zijn schuit W is een Wagen, daar rijd ik mee uit Y is een Ysbeer, die wit is van vel Z is een Zeeman, die zegt U vaarwel ![]() | |
[pagina 24]
| |
![]() | |
[pagina 25]
| |
![]() |
|