Yang. Jaargang 10(1974)– [tijdschrift] Yang– Auteursrechtelijk beschermd Vorige Volgende [pagina 124] [p. 124] [Gedichten bij tekeningen van Karel Dierickx] New-York, New-York: The Big Apple. Buysse was er ook, eerder dan jij, Andy, Roze en gladgeschoren, loodzwaar van weemoed: een onwennig schaatsenrijder in een verlaten trappenhuis. Je komt vaak in Central Park Waar je de moordenaars vergeet en de overvolle vuilnisbak in het gele gras. De pusherman doet goede zaken. Nooit raak je uitgekeken op de goedgeklede matroos met de te dunne broek. De zilveren schemer wint terrein: De middag gaat snel voorbij. Naar huis: een gespannen knapenlijf, een veren matras in Chelsea-Hotel. Je elektrische stoel heeft Norma Jean niet mogen redden, lieveling. [pagina 125] [p. 125] [pagina 126] [p. 126] [pagina 127] [p. 127] Ik hou van je, hete zwerver, met je rimmel en je huidkreem en je valse wimpers die nooit loslaten. Het tokken van de klok, Een auto scheurt door de straat als in een goed verhaal. ik bekijk je foto in Melody-Maker, zelfs nu alle hoop verloren lijkt. Mijn moeder verbrijzelt mijn bril, Mijn nylons begeven het. Onrust woelt door me, niet verklaarbaar. O David kon ik je maar in mijn poeierdoos stoppen. [pagina 128] [p. 128] Jij draagt een sjaal van zeer zuivere zijde, stel ik me voor. Jij verbergt een pakje shag in de hand, je komt op ziekenbezoek. Jij zegt: hier zijn wat druiven, maar nader niet, tot hier en niet verder. Ik denk hardop: van je familie moet je 't hebben, ik kan me zelfs haar naam niet meer herinneren. Om nog maar van haar genezingverwekkend profiel niet te gewagen. [pagina 129] [p. 129] [pagina 130] [p. 130] [pagina 131] [p. 131] Vlieg nu de Andes over, kleine Braziliaan, goed ingepakt tegen de kleumkou, de vuistjes om de weerbarstige stuurknuppel. Vlieg als een vogel, een adelaar naar besneeuwd gebied waar op de brosse liefdesbrieven die je meevoert wordt gewacht. Kijk met mij vanuit je stuurhut naar de welriekende landen, naar de nooit verkende oceanen en wip het gebergte over naar de witte vlekken op de landkaart. Kleur jij die kaart. En mocht je vallen, maar je valt niet, je handen bevroren, sneeuwblind en verwond: ik neem aan dat je de postzak tussen de tanden neemt en doorgaat, jij jonge reus. O Alberto, breng ons nog eenmaal naar San Cristobal De Las Casas. Vorige Volgende