Yang. Jaargang 10(1974)– [tijdschrift] Yang– Auteursrechtelijk beschermd Vorige Volgende [pagina 28] [p. 28] ROGEL RAVEEL [pagina 29] [p. 29] HUGO CLAUS [pagina 30] [p. 30] Thuis (voor Roger Raveel) Als ik wandel gaan de huizen dicht, Mijn hand maait, de wereld kantelt, Het geweld wacht op de weg Maar grijpen doe ik niet en weren evenmin. Of ooit een hinkstapsprong Mij uit mijn kluwen redt? Eerder zie ik een lauw gewelf Elke dag verder over mijn oren zakken, Of elektroden die zich elk jaar Dichter aan mijn slapen schroeven En zich sterker laden, ongemerkt, een zacht water. Kom binnen, trek je jas uit, verander je manieren, let niet op de kat, zeg maar wat. De kamer staat in bloei en in de ban van verraderlijke dingen als: je naam, je zinnen, herinneringen. In de takken wacht de duif, stil als de dood, Op de bliksem die al in het landschap zit En haar zal treffen, in haar ogen. Het land, geordend in zijn organen, Het licht dat zich veelvoudig spreidt Hebben ons gevangen, wie ontsnapt? Gemurmel en gekerm. In die kooi Sterft men wanordelijk terecht. En zie mijn vader staan die plast tegen de haag en de aarde ongedeerd laat daar waar zijn pantoffels staan. Vader wil in de lentelijke groenten geen bijbeltekens lezen en zeker niet knorren om het lege, kregelige van de wereld dat onwrikbaar tussen zijn oren zit. HUGO CLAUS [pagina 31] [p. 31] ROGEL RAVEEL [pagina 32] [p. 32] HUGO CLAUS Vorige Volgende