Tirade. Jaargang 36 (nrs. 338-343)(1992)– [tijdschrift] Tirade– Auteursrechtelijk beschermd Vorige Volgende [pagina 367] [p. 367] Antoine Uitdehaag De leraar Wist hij iets? Die elke dag voor dauw de keukendeur uitsloop en naar zijn andere kinderen joeg. Hoe wij ontvaderd vochten om de lege troon, beurtelings moeder blind beminden, uitgeraasd het bed dekten, tafel, de sporen uitgewist voordat hij inviel. Verbaasd, tot in het bot vermoeid van al die anderen, zag hij de opgeruimde koppen, de lege ogen. Miste hij iets? [pagina 368] [p. 368] Zwijgman Zwijgman met emmers varkensvoer, tijdig gevlucht voor het afvoergat van dit millennium. Voor nota's, quota, berekende onzekerheid. Voor de eeuwigheid werkt de boer alleen. Jij stak de hens erin, liet je tenslotte tegenzinnig redden uit de fik, die redde wat er viel: herinnering. Was alles. Is. Weck varkensvlees, kersen en bonen maar boeren rotten achter glas. Geblakerd in de lakens, rechtop, de nachtzuster kreeg jou niet neer, trok jij je laatste oordeel, de slangen uit de flessen, zwijgman. Vorige Volgende