Leanders lust-prieel of vreugdige byeenkomst van herders en herderinnen(1714)–Anoniem Leanders lust-prieel of vreugdige byeenkomst van herders en herderinnen.– Auteursrechtvrij Vorige Volgende [pagina I] [p. I] [pagina 1] [p. 1] Aan de zanglievende Jeugd. IN Leanders groen Prieeltje, Waarop 't zuider koeltje speelt, Hoord men menig keutlyk keeltje Zingen van hun Ooft en Teelt: Herderinnen, Herdersknaapen, Elk om beurt hier vreugde raapen. Juffers, die graag Zangstof kweelen, Paart uw stemmen beurt om beurt; Stukjes die de zieltjes streelen Distmen hier, voor dieze keurt. Filomeel op 't takje luistert, Wyl uw klank zyn galm verduistert. Kweelt op aangenaame plaatsen, Onder Elste- of Lindeboom, Daar het d' Echo weêr kan kaatsen Dat het tinteld op den stroom. 't Wollig Vee zal op uw zingen In het Klaverlandje springen. [pagina 2] [p. 2] Of zet u by 't stroomtje neder, Waarin 't witte Zwaantje speelt, Met het blanke dons en veder, Dat zich door uw zingen streelt. Klanken schooner als van Orgels Vliên uit uwe albaste Gorgels. Gaat gy anders speelevaaren Door het krinkelende Spaar', Wilt uw stemmen evenaaren Met Hoboi, Fluitdoe en Snaar. Febus zal met goude straalen Op uw dryvend Schuitje daalen. Zingt en speelt; gebruikt deez' toonen Tot uw vreugd, en kweekt de Konst; 't Herdertal dat zal u kroonen Met Laurieren, voor uw gonst. Wilt gy dit met vrugt ontvangen, Wagt vervolgens meer Gezangen. Vorige Volgende