etymologiemonografieënNaamkunde. Jaargang 1, 1969 Naamkunde. Jaargang 2, 1970 Naamkunde. Jaargang 3, 1971 Naamkunde. Jaargang 4, 1972 Naamkunde. Jaargang 5, 1973 Naamkunde. Jaargang 6, 1974 Naamkunde. Jaargang 7, 1975 Naamkunde. Jaargang 8, 1976 Naamkunde. Jaargang 9, 1977 Naamkunde. Jaargang 10, 1978 Naamkunde. Jaargang 11, 1979 Naamkunde. Jaargang 12, 1980 Naamkunde. Jaargang 13, 1981 Naamkunde. Jaargang 14, 1982 Naamkunde. Jaargang 15, 1983 Naamkunde. Jaargang 16, 1984 Naamkunde. Jaargang 17, 1985 Naamkunde. Jaargang 18, 1986 Naamkunde. Jaargang 19, 1987 Naamkunde. Jaargang 20, 1988 Naamkunde. Jaargang 21, 1989 Naamkunde. Jaargang 22, 1990 Naamkunde. Jaargang 23, 1991 Naamkunde. Jaargang 24, 1992 Naamkunde. Jaargang 25, 1993 Naamkunde. Jaargang 26, 1994 Naamkunde. Jaargang 27, 1995 Naamkunde. Jaargang 28, 1996 Naamkunde. Jaargang 29, 1997 Naamkunde. Jaargang 30, 1998 Naamkunde. Jaargang 31, 1999 Naamkunde. Jaargang 32, 2000 Naamkunde. Jaargang 34, 2002 Naamkunde. Jaargang 35, 2003-2004 Naamkunde. Jaargang 36, 2005-2006 anoniem, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, 1775 M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie, 1986 Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade, 1996 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel, 1723 Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel, 1723 A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst, 1981 Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw, 1992 W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen, 1977 E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary, 1936 Jakob van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen, 1981 J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium, 1959 Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen, 1998 P.J. Meertens, De betekenis van de Nederlandse familienamen, 1941 V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen, 1990 V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw, 1997 V. Mennen, Interpretatie van toponiemen, 1993 V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen, 1990 V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen, 1995 J. Molemans, De jeneverstruik in de Kempen en de naam Wechelderzande, 1985 J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek, 1986 J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie, 1977 J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal, 1979 Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen, 1998 F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland, 1910 Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands, 1941 M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg), 1977 Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden?, 1998 Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw, 1984 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I, 1993 Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II, 1994 Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren, 1986 Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek, 2001 A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik, 1990 Carolus Tuinman, Oud en nieuw, of vergelyking der oude en nieuwe Nederduitsche taal, in vorming en spreekwijzen, 1722 J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal, 1923 (4de druk) J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep, 1988 artikelenEtymologieJosé van Aelst, Evert van den Berg, Lia van Gemert, Ingmar Koch, W. Pijnenburg, Karel Porteman, Toos Streng, Annemarie van Toorn en H.T.M. van Vliet, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) Th.H. d' Angremond, ‘Mnl. eblie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Th.H. d' Angremond, ‘Naschrift bij N.T. 30, 417/8.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 31 (1937) Th.H. d' Angremond, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) Th.H. d' Angremond en J.H. van Lessen, ‘Nogmaals over de etymologie van getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Stephanus G. Axters, ‘Over kerstdrachtere, kerstdragerse en keersdraghersse Door Stephanus G. Axters, O.P. Lid der Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Nieuwe reeks 1958 (1958) Constantinus Bake, ‘Dubbeld'uw = baljuw?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Constantinus Bake, ‘Nog eens dubbelduw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Constantinus Bake, Adriaan J. Barnouw, G.J. Boekenoogen, E.J. Haslinghuis, G. Kalff, C.H.Ph. Meijer en J.A. Worp, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Constantinus Bake, Adriaan Beets en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Constantinus Bake, G.G. Kloeke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Constantinus Bake en Jozef Vercoullie, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Constantinus Bake en Johanna Greidanus, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Jan van Bakel, G. Kazemier, P.G.J. van Sterkenburg, L. Strengholt en P.E.L. Verkuyl, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) Jan van Bakel, A.M. Duinhoven, Olf Praamstra, L. Strengholt en G.C. Zieleman, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) J.J.M. Bakker, ‘Overtrekken (nog) geen Anglicisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 49 (1956) J.J.M. Bakker, ‘Tijdgelijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) J.J.M. Bakker, ‘Chambrette’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) Frida Balk-Smit Duyzentkunst, ‘Frida Balk-Smit Duyzentkunst Het woord ‘intellectueel’ en de intellectuelen’ In: De Gids. Jaargang 151 (1988) Adriaan J. Barnouw en J. Verdam, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Adriaan Beets, ‘Verstek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Verstek = forclusie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Zetpil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Adriaan Beets, ‘Tult.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Adriaan Beets, ‘Beekum; bêken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Dubbeld'-u, dubbel'-u.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Adriaan Beets, ‘Stapelzot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets en A. Kluijver, ‘Kalis en caliban.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Adriaan Beets, ‘Slabberaen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Adriaan Beets, ‘Klezoor (klisoor).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Adriaan Beets, ‘Onvisch; omvisch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Adriaan Beets, ‘Het (Leidsche) drillen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Sjappetouwer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) Adriaan Beets, ‘Ketelaar.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) Adriaan Beets, ‘Heimwee.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Splitruiter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Overscharig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Adriaan Beets, ‘Haringkaken. (Naschrift.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) Adriaan Beets, ‘Waarloos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Adriaan Beets, ‘Bladvulling. (Bokje - sigaar)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Adriaan Beets en P. Leendertz (jr.), ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Adriaan Beets, ‘De drukkerstermen smout, smoutwerk enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Adriaan Beets, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adriaan Beets en G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Adriaan Beets, ‘Ceen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Adriaan Beets, ‘Een vaantje in 't gelag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Adriaan Beets, ‘Koppen snellen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Adriaan Beets, H.L. Bezoen, G. Karsten en G.A. Nauta, ‘Kleine Mededeelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Adriaan Beets, ‘Gellecone’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Adriaan Beets, ‘Nog eens veldiep naschrift bij 't voorafgaande’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) Adriaan Beets, ‘Veldiep’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) Adriaan Beets en J.H. van Lessen, ‘Kweesten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) Jan Bethlehem, ‘Notities’ In: Spektator. Jaargang 10 (1980-1981) H.L. Bezoen, ‘Naar aanleiding van Ndl. mok, mokken’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) H.L. Bezoen, ‘Kleine Mededeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) H.L. Bezoen, ‘Over eenige dierennamen in het Nederlandsch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) H.L. Bezoen, ‘Oostndl. Beeën’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) H.L. Bezoen en Jacobus Heinsius, ‘Oostndl. beteun(e), betuun(e) ‘schaars’ [<*bi-twên(e)]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) H.L. Bezoen, ‘Nederlandse soldatentaal in Indië.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) H.L. Bezoen, ‘Voor schut staan, verschut lopen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) H.L. Bezoen, ‘Slachtrijp en stootvast.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) Willem Bisschop, ‘Is oom kool een Geldersche bastaard? door W. Bisschop.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Marcus van Blankenstein, ‘Duwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Marcus van Blankenstein, ‘Kaf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) D.P. Blok, C. Kruyskamp en A.A. Weijnen, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) K. Blokhuis, ‘Anglicismen in het gasbedrijf.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) Marcus Boas, ‘Lamptaarn’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) G.J. Boekenoogen, ‘Van als.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) G.J. Boekenoogen, P. Leendertz (jr.) en C.H.Ph. Meijer, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘De geslachtsnaam Formijne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) G.J. Boekenoogen, ‘De mansnaam Wuiten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) G.J. Boekenoogen, ‘[Kleine medeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) G.J. Boekenoogen, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) R.C. Boer, ‘Studie van de levende taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) R.C. Boer, ‘Studiën over Oudnoorsche spraakleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Adrianus Bogaers, ‘Nog iets over ‘herinneren’. door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Adrianus Bogaers, ‘Herinneren, door Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Adrianus Bogaers, ‘Pillegift. Pil znw., Pillen ww. Door wijlen Mr. A. Bogaers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) A.P. de Bont, ‘Van Sem, Jesse en David’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) A.P. de Bont, ‘Over beduit(je) en wat dies meer zij’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) A.P. de Bont, ‘Voort, voortmeer, rechtevoort’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) A.P. de Bont, ‘De etymologie van stoffen = pochen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) A.P. de Bont, ‘Iemand met een kluitje in het riet sturen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) A.P. de Bont, ‘Stapelgek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) A.P. de Bont, ‘Nog eens: (van) heinde (en ver)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) R.J.G. de Bonth, Johan Koppenol, Olga van Marion en Olf Praamstra, ‘Signalementen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) M. Boonen, Huisnamen ontstaan en morfologie (1986)
Andries Borgeld, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Andries Borgeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Andries Borgeld, ‘In zee dragen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkels.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Woordverklaring. Het woord roman.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel. Herinnering aan ridderroman en volksboek?’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) J.H. van den Bosch, ‘Sprokkel. Eind goed, al goed.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Beunhaas.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 3 (1893) J.H. van den Bosch, ‘Taal en spelling. (Lezing, gehouden te Gouda op Dinsdag 14 Maart.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) R.F.M. Boshouwers, ‘De Franse leenwoorden in de kluchten en blijspelen van G.A. Bredero’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) A.C. Bouman, ‘Het probleem van de ‘inwendige taalvorm’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) A.C. Bouman, ‘Ontlening en relikten in Afrikaans’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Cor van Bree, ‘Het verband tussen struik en stronk Een nieuw etymologisch woordenboek van het Nederlands’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 48 (2005) Willem Gerard Brill, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
Hendrik Jan Broers, ‘Aamborstig.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) A.P.J. Brouwers, ‘Adelen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) C.C. de Bruin, ‘Steiloor = houten gaffel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) C.C. de Bruin, C. Kruyskamp, Maximilianus O.F.M. Cap. en P.J. Meertens, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) C. Bruins, ‘Nog een Spaanse hulp?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) Gerrit Brummel, ‘In de ban van Ballo: een toponymische dwaling Gerrit Brummel’ In: Tabu. Jaargang 16 (1986) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Fréska’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Daer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Kiekie.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Foeke Buitenrust Hettema, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema en Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘‘Als klokspijs.’’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) Foeke Buitenrust Hettema, ‘'t Woord ‘fiets’.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) Foeke Buitenrust Hettema, ‘De naam Bilderdijk.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) J. Burny, De jeneverstruik in de Kempen en de naam Wechelderzande (1985)
Fons van Buuren, C. de Deugd, Soetje Oppenhuis de Jong en Tanneke Schoonheim, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997) A. Carnoy, ‘De Plaatsnamen met -acum in het Vlaamsche land Door Prof. Dr. Alb. Carnoy, werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1933 (1933) A. Carnoy, ‘Toponymische studie over de verspreiding der boomen en planten in het Frankisch tijdperk Door Prof. Dr. A. Carnoy Onderbestuurder van de Koninkl. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1939 (1939) A. Carnoy, ‘Curiosa onder de taalkundige doubletten in de Vlaamsche toponymie Door Prof. Dr. A. Carnoy Bestuurder van de Kon. Vla. Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1940 (1940) A. Carnoy, ‘Plaatsnamen met -ingem en -egem uit gewone naamwoorden afgeleid Door Prof. Dr. A. Carnoy Bestuurder van de Koninkl. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1940 (1940) A. Carnoy, ‘Vlaanderen - Vlaming Door Prof. Dr. A. Carnoy Lid van de Kon. Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1943 (1943) A. Carnoy, ‘De etymologie van Beauvoorde Door Prof. Dr. A. Carnoy Lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1945 (1945) A. Carnoy, ‘Bergnamen in 't Oud-Nederlands Door Prof. Dr A. Carnoy Lid der Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1948 (1948) A. Carnoy, ‘Curiosa onder de Vlaamse spotnamen Door Prof. Dr A. Carnoy. Werkend lid der Kon. Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1950 (1950) A. Carnoy, ‘Enige toponiemen van Romaanse oorsprong in de Vlaamse toponymie Door Prof. Dr A. Carnoy Lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1951 (1951) A. Carnoy, ‘De els in de toponymie van West-Europa. Door Prof. Dr. A. Carnoy. Lid der Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1955 (1955) A. Carnoy, ‘De vlier in de toponymie Door Prof. Dr. A. Carnoy. Lid der Academie,’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1956 (1956) A. Carnoy, ‘Noot en hazelnoot in naam- en taalkunde Door Prof. Dr. A. Carnoy Lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1957 (1957) A. Carnoy, ‘Witdoorn en zwartdoorn door Prof. Dr. A. Carnoy Lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Nieuwe reeks 1958 (1958) A. Carnoy, ‘Oorsprong en geschiedenis van de Nederlandse fruitnamen Door Prof. Dr. A. Carnoy Lid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Nieuwe reeks 1959 (1959) Julien Claerhout, ‘Oost- en Westgermaansch gerundium.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Julien Claerhout, ‘[Philologische Bijdragen 1]’, ‘Water.’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Julien Claerhout, ‘Gabbere’ In: Het Belfort. Jaargang 8 (1893) Julien Claerhout, ‘Meenen.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) Julien Claerhout, ‘[Philologische bijdragen 2]’, ‘Daeckeren. Vetus Flandricum.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) Frans Claes, ‘Levinus Lemnius, een Zeeuwse bron van Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 90 (1974) Frans Claes, ‘Nog enige oude bewijsplaatsen uit Kiliaans kanttekeningen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) Frans Claes, ‘Vetus-woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) Frans Claes, ‘Driestoponiemen in de streek van Diest [door Frans Claes S.J.]’ In: Driestoponiemen in de streek van Diest (1984) Frans Claes, ‘Frans Claes S.J. Iets over de datering van de oudste vindplaatsen in Etymologische woordenboeken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) Frans Van Coetsem, ‘De oorsprong van het ndl. praeteritum hief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) Frans Van Coetsem, ‘De anorganische r in Stermijn, Stramijn (-ien).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 46 (1953) Frans Cornelis, ‘Het woord beek vóór, in en buiten het Germaans Door Prof. Dr. A. Carnoy Lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1954 (1954) P.J. Cosijn, ‘Nog iets over kleinood door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) P.J. Cosijn, ‘Ochtend of ochend? door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) P.J. Cosijn, ‘Jongen door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘Smijns door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) P.J. Cosijn, ‘Gloeien door P.J. Cosijn.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) P.J. Cosijn, ‘Het voornaamwoord -ghe.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) P.J. Cosijn, ‘Allsverei.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Een instrumentalis.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) P.J. Cosijn, ‘Niel, Wiel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) P.J. Cosijn, ‘Gard en gaarde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) P.J. Cosijn, ‘Geleerde volksetymologie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) H.K.J. Cowan, ‘Ned. elk en dagelijks.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 76 (1958-1959) F.M. Cowan, C. Kruyskamp en J.L. Pauwels, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) H.K.J. Cowan, ‘Oudnederfrankische varia’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) N.A. Cramer, ‘Een oud woord in het Westvlaamsch teruggevonden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) E. Cramer-Peeters, ‘Sente Meye’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale en L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.H. van Dale, ‘Berijden - berijd - berijddag - berijdrol - berijder - berijderschap, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.H. van Dale, ‘Sprokkelingen, door J.H. van Dale.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J.J.M. van Dam, ‘Spaansche mat’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) C.F.A. van Dam, ‘Een Hispanisme in het Nederlands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) B.C. Damsteegt, ‘Kuster: een woord uit de spreektaal’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) B.C. Damsteegt, ‘Dam + steeg (+ t)’ In: Nieuw Letterkundig Magazijn. Jaargang 16 (1998) Alfons Dassonville, ‘Dietsche gouwspraken.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) Gilbert Degroote, ‘Taaltoestanden in de Bourgondische Nederlanden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 49 (1956) Magda Devos, ‘Raket, Reket, Roket, Riket, Rinket’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) G.J. Dibbets, ‘Geert Dibbets Lambert ten Kates Aenleiding (1723) tiende dialoog: over de woordsoorten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003) P.J.J. Diermanse, ‘Knol als typeerende achternaam in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) P.J.J. Diermanse, ‘Nobis(kroeg)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) Willem Draaijer, ‘Katteklei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.B. Drewes, ‘Op me siel godts’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) F.C. Driessen, ‘Imperativus voor praeteritum.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) H.J.E. Endepols, ‘Een kouter als breekijzer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 34 (1940) H.J.E. Endepols, ‘Rotzak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) D.Th. Enklaar, ‘‘Bij alle doode papen.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) D.Th. Enklaar, ‘Nogmaals ‘pape’. (Aanvulling bij Jg. 43 (1950) 180 en Jg. 44 (1951) 276).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 45 (1952) D.Th. Enklaar en C.M. Geerars, ‘Venusjankerij.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) H. J. Eymael, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Karel de Flou, ‘Het leenwoord Ledikant.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907) Karel de Flou, ‘Woordenboek der toponymie van Westelijk Vlaanderen, Vlaamsch Artesie, het Land van den Hoek, de graafschappen Guines en Boulogne, en een gedeelte van het graafschap Ponthieu Door Karel de Flou Werkend lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1931 (1931) Karel de Flou, ‘De oorspronkelijke Taal der Plaatsnamen tusschen de Somme en de Canche Door † Karel de Flou Werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1932 (1932) Karel de Flou en Jos De Smet, ‘Over de beteekenis van enkele Toponiemen uit Westelijk Vlaanderen Door † Karel de Flou, werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1934 (1934) K. Fokkema, ‘De friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) K. Fokkema, ‘Over veiling en de etymologie van Fri. feil(j)e’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) R. Foncke en J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) R. Foncke, ‘Bij enkele Duitse en Vlaamse toverformulieren tegen de wormen Door Prof. Dr Robert Foncke Lid van de Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1953 (1953) Johannes Franck, ‘Fraai.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Johannes Franck, ‘Mittelniederlaendische miscellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Johannes Franck, ‘Over woordafleiding. Haar doel en hare taak.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 1 (1891) Johannes Franck, ‘Heden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johannes Franck, ‘Mittelniederländisch allene.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Johannes Franck, ‘Vyuergat (Rein. I, 1640).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) G.D. Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846) G.D. Franquinet, ‘Proeve van woordafleidingen.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 10 (1846) J.J.A.A. Frantzen, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Robert Fruin, ‘Het woord Vorsche, in de Groote Keur van Zeeland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Robert Fruin, ‘Nog iets over Custinge, naar aanleiding van het opstel van prof. Verdam, in de vorige aflevering geplaatst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Robert Fruin, ‘Hool, heul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) Robert Fruin, ‘Over cliven en clawen in onze oude rechtstaal.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) Robert Fruin, ‘Over het woord haagpreek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Edward Gailliard, ‘Het woord ‘Imparat’, uit oorkonden van Vlaamschen oorsprong, door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1907 (1907) Edward Gailliard, ‘Het woord ‘stragiers’ door Edw. Gailliard.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1909 (1909) Johan Hendrik Gallée, ‘Oudsaksisch men.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Johan Hendrik Gallée, ‘Hekse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Johan Hendrik Gallée, ‘Drost, drossaert, drossatus.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) Johan Hendrik Gallée, ‘Vechten (zie Tijdschr. 20, 244).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Henne, hunne en hune en hunne samenstellingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Hendrik Gallée, ‘Nog eens henne-hunne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Lode Geenen, ‘Taalkaart: kaas’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) J. Gerritsen, ‘Johan Gerritsen De vogelnaam kalkoen en andere etymologica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) J.B.F. van Gils, ‘Peer de duyc - perduic’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) J.B.F. van Gils, ‘Taalkundige opstellen van Dr. J.B.F. van Gils†’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) Jac. van Ginneken, ‘De huidige stand der genealogische taalwetenschap.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 10]’, ‘Vlaanderen en Vlamingen = zeeroovers der salische wet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Germanismen en tweetaligheid’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Twente en Drente’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 9]’, ‘De telwoorden en hun ontstaan’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Namen en bijnamen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Het Geldersche woord vlaas = poel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) Jac. van Ginneken, ‘Vraag en antwoord’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) Jac. van Ginneken, ‘[Nummer 4]’, ‘De namen Brabant en België, een keerpunt in de Europeesche kleederontwikkeling’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 4 (1935-1936) Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
Jac. van Ginneken, Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940)
P. Gisseleire, ‘De oorsprong der Vlaamsche taal haar invloed op het schoonheids-, zedelijk en godsdienstig gevoel van den stam door P. Gisseleire.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) J. Goossens, ‘De tweede Nederlandse auslautverscherping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) J. Goossens, J. Molemans, Etienne Paulissen en Jan Theuwissen, ‘De Kempische toponomie, eenheid in verscheidenheid door Dr. J. Molemans’, ‘0.’, ‘1.’, ‘2.’, ‘3.’ In: De begrenzing van de Kempen (1983) Jan Grauls, ‘Van vrijen en vrijers II Een kijkje in de Belgische taal der liefde’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) A.C.J.A. Greebe, ‘Ezelsbrug. Pons asinorum. - Eselsbrücke. - Pont aux ânes. - Asses' bridge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) A.C.J.A. Greebe, ‘Mnl. formine.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) Casper de Groot en W. Pijnenburg, ‘Aankondiging en bespreking’ In: Spektator. Jaargang 15 (1985-1986) L. Grootaers, ‘De lotgevallen van een paar Latijnsche leenwoorden in onze dialecten Door Prof. Dr. L. Grootaers Lid van de Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1943 (1943) Maurits Gysseling, ‘Lag Nederland in Frankrijk? Dr. Maurits Gysseling’ In: De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français. Jaargang 1980 (1980) Jacob Israël de Haan, ‘Rechtskundige significa Door Jacob Israel de Haan’ In: De Beweging. Jaargang 12 (1916) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) C.B. van Haeringen, ‘Sporen van Fries buiten Friesland II.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) C.B. van Haeringen, ‘De zuidnederlandse afkomst van j uit intervocaliese d.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Relict of ontlening?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 21 (1927) C.B. van Haeringen, ‘Toponymie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) C.B. van Haeringen, ‘Mnl. Ghiemant’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) C.B. van Haeringen, ‘Armoedzaaier en soortgenoten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) C.B. van Haeringen, ‘Hamlark of lamhark?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) C.B. van Haeringen, ‘Cafetaria, taria.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) C.B. van Haeringen, ‘Taria en -teria.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) C.B. van Haeringen, ‘Urist’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) C.B. van Haeringen, ‘Chapter Eleven Onomastics’ In: Netherlandic language research (1954) C.B. van Haeringen, ‘Een kersvers Anglicisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) C.B. van Haeringen, ‘Fiets.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) C.B. van Haeringen, ‘Volière, aftands’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 52 (1959) C.B. van Haeringen, ‘De May zijn hoverdij’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) C.B. van Haeringen, ‘Hypercorrect, maar etymologisch correct.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) C.B. van Haeringen, ‘Candjes, kandjes, kantjes’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) C.B. van Haeringen, ‘Weduwe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) C.B. van Haeringen, ‘Inspraak’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) C.B. van Haeringen, ‘Bazig en bazinnig.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) C.B. van Haeringen, ‘De beklemtoning van Meermin.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) C.B. van Haeringen, ‘Ma uit mande.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) R. Haeseryn, ‘De toenaam Stalpaert.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) R. Haeseryn, ‘Bouwstoffen tot de geschiedenis van de Vlaamse persoonsnamen in de 13e eeuw Door R. Haeserijn Aspirant N.F.W.O.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1957 (1957) J.A. vor der Hake, ‘Hackemans ghesinneken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) L.L. Hammerich, ‘De invloed van het Nederlands op het Deens Door Dr L.L. Hammerich Professor aan de Universiteit te Kopenhagen’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1948 (1948) E.J. Haslinghuis, ‘Het woord verdieping’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) E.J. Haslinghuis, ‘Hem verzien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Gans en goes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) K.H. Heeroma en Daniël Heinsius, ‘Lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) K.H. Heeroma, ‘Etymologische aantekeningen I’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) K.H. Heeroma, ‘Etymologische aantekeningen (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) K.H. Heeroma, ‘Wat is een boer?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) K.H. Heeroma, ‘Lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, ‘Bij kooi < koon.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, ‘Aanranden, aanransen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) K.H. Heeroma, ‘Aanvullingen bij ‘Wat is een boer?’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) K.H. Heeroma, G.I. Lieftinck, Reinier van der Meulen Rz. en Arie Zijderveld, ‘Boekbeoordeeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma, ‘Nogmaals lukraak’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) K.H. Heeroma en G.G. Kloeke, ‘Boekbeoordeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) K.H. Heeroma, ‘Nog enkele schijnbare klanknabootsingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) K.H. Heeroma, ‘Andermaal varken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) K.H. Heeroma, ‘Knoei’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Laan en verwanten’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Naar aanleiding van grunjer (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Daak, dook’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Andermaal ceen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) K.H. Heeroma, ‘Laan en verwanten (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) K.H. Heeroma, ‘Mnl. geëeut’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) K.H. Heeroma, ‘Mnl. cornecote’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) K.H. Heeroma, ‘De Ingweoonse achtergrond van smeu’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 84 (1968) A. Hegmans, ‘Conjecturen Door Dr. A. Hegmans.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1930 (1930) Jacobus Heinsius, ‘Lakmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Daniël Heinsius, ‘Over de Nederlandse scheepsterm striets en Nederl. trijs, hd. trieze enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) Willem Lodewijk van Helten, ‘Hvatan met zijne familie. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Brui, bruts, brodden en eenige aanverwante woorden.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het werkwoord reken en zijne voornaamste afstammelingen door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Rooien, (uit) roeien, ruiden, (op) ruien, en eenige waarlijk of schijnbaar aanverwante woorden. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta. XXIX-XXX. Muts, mutsen. Door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Epea pteroenta, door W.L. van Helten.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden, door Dr. W.L. van Helten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) Willem Lodewijk van Helten, ‘Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Oudfri. kestigia, kesta, kest enz., ndl. custen, custinge enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Etymologische en andere bijdragen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Willem Lodewijk van Helten, ‘Her Danielken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van de Oudnederlandsche psalmvertaling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Berooid, vieren (bot -, den schoot - enz.).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) Willem Lodewijk van Helten, ‘Een en ander over en naar aanleiding van het subst. sim, snoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het adjectief gul.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘De Westfriesche eigennamen Jouke en Sjouke.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Enkele aanteekeningen op de ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over den genitief op -es der vrouwelijke langlettergrepige i-stammen in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Het substantief echt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Mnl. blissem, blixene, blixeme enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over het verband tusschen 't NL. kutte cunnus (kil.) en 't Got. qiþus uterus en over tusschen, zuster.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Willem Lodewijk van Helten, ‘Over de tweeërlei explosieve dentalen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Anthonie Hendriks, ‘Spijkers op laag water zoeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) A.G.J. Hermans, ‘Een schip met zure appelen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) A.G.J. Hermans, ‘Over het woord keiler en zijn oorsprong’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) B.H.D. Hermesdorf, ‘Verbairn’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) Felisberto Hérnandez, ‘Vechten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) D.C. Hesseling, ‘Bestekamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) D.C. Hesseling, ‘Plak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) D.C. Hesseling, ‘Bokje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) D.C. Hesseling, ‘Cubicula locanda.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 5 (1911) D.C. Hesseling, ‘Top.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) D.C. Hesseling, ‘Africana.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) D.C. Hesseling, ‘Kandeel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) D.C. Hesseling, ‘Papiaments en Negerhollands’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) D.C. Hesseling, ‘Hip(p)okras’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)
Christiaan van Heule, ‘Van de Ledekens.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633) V.J.J.P. van Heuven, Maarten Hijzelendoorn en Anneke Neijt, ‘Automatische indeling van Nederlandse woorden op basis van etymologische filters Vincent J. van Heuven, Anneke H. Neijt en Maarten Hijzelendoorn’ In: Spektator. Jaargang 23 (1994) Marcel Hoebeke, ‘Te ansichten sijn de liede milde’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) Walter Hoffmann, Von Himmerod und Rottbitze bis Roda Kerkrade (1996)
Cor Hospes, ‘Veredeld voetenwerk De etymologie van het klunen Cor Hospes’ In: Vooys. Jaargang 7 (1988-1989) H.A. Höweler en J.H. Kern, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Aletta Huijsinga, ‘Dan ook - immers.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 46 (1953) Arie de Jager, ‘Iets over de frequentatieven herinneren en uitmergelen, door Dr. A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Arie de Jager, ‘Olle en Oele. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch. Door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Arie de Jager, ‘Schijnbare frequentatieven in het Nederlandsch, door A. de Jager.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) G.W. Jansen, ‘Nogmaals: de May zijn hoverdy’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) W.A.F. Janssen, ‘Peel, een Romeinsch leenwoord?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 1 (1932-1933) G. Kalff, ‘In de boonen zijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) G. Kalff, ‘[Kleine mededeelingen]’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Samuel Kalff, ‘Koloniale idiomen. (Vervolg van blz. 98.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) Gerrit Kamphuis, ‘Hughelijn en vrouwe Ogerne (Reinaert 796-800).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Gerrit Kamphuis en Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (II)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) Gerrit Kamphuis, ‘Over ‘bietsen’ en equivalenten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (1723)
Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (1723)
B.H. Kazemier, ‘Veldiep’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) H. Kern, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
H. Kern, ‘Kleinood, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Feodum door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Veemgericht, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) H. Kern, ‘Nehalennia, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Moord als rechtsterm. Door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) H. Kern, ‘Thunginus, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Bladvulling.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘De instrumentaal ie door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) H. Kern, ‘Oudnederlandsche woorden, door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) H. Kern, ‘Ekster, lobster.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Graaf.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Tessel, oesel, wesel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) H. Kern, ‘Honderd en duizend door H. Kern.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H. Kern, ‘Lijden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884) H. Kern, ‘Boos.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) H. Kern, ‘Wak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Moker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Loeme.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H. Kern, ‘Germaansche verwanten van Slawisch žrêbŭ.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) H. Kern, ‘Hengst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) H. Kern, ‘Limoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) H. Kern, ‘Canis, çuni.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) H. Kern, ‘Boot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) H. Kern, ‘Ontwikkeling van ar uit er in 't Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. Kern, ‘De f in leefde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Nederlandsch aar uit ouder ar en er.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Kaars.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Appel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) H. Kern, ‘Hoogduitsch affolter, appelboom en mistel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Een Hoogduitsch en Nederlandsch klankverschijnsel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Over eenige verwanten van ons woord vak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Katteeker.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Jagen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Slecht.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘De ie in brief en enkele andere ontleende woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) H. Kern, ‘Waltowahso, waldewaxe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Huls, hulst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Over de uitspraak der ij in de 17de eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Handugs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Vreugde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Kachtel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) H. Kern, ‘Waldensine, waldandsini.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) H. Kern, ‘Jonk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) H. Kern, ‘Suursak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) H. Kern, ‘IJs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) H. Kern, ‘Mndl. vuylst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) H. Kern, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland (1910)
H. Kern en G.A. Nauta, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) H. Kern, ‘Waard.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) H. Kern, ‘Waard, waardig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) H. Kern, ‘Wese, Gotisch wisi.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) J.H. Kern, ‘Mndl. hachte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) H. Kern, ‘Over een paar Zwitsersche en tevens Nederlandsche verkleiningsvormen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) H. Kern, ‘Enkele plaatsen en woorden uit Dat Kaetspel Ghemoralizeert.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) J.H. Kern, ‘Jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Naschrift over jou deugniet!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.H. Kern, ‘Gheterjuint.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Ollen en oele.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Badder.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. Kern, ‘Naschrift op Mnd. geles (blz. 16).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) J.H. Kern, ‘Mndl. geles.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Paul de Keyser, ‘Bargoensch uit het begin van de twintigste eeuw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) F. Franszoon Klaix, ‘Tschubiakkro.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. Klatter, ‘Dònnermàierbesé’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 3 (1934-1935) M.M. Kleerkoper, ‘Kokerellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) G.G. Kloeke, ‘Dialectgeographische onderzoekingen I. Met twee kaartjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) G.G. Kloeke, ‘Eigennamen op -tet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) G.G. Kloeke, ‘Ponstghen, en nog iets over Hollandsche en Groningsche mouilleering.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) G.G. Kloeke, ‘De zeventiende-eeuwse aanspreekvorm U in de nominatief’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) G.G. Kloeke, ‘Kleine mededeling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) G.G. Kloeke, ‘De culturele achtergrond van de termen spreekwoord, verzoeking en roem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) Gerrit Jan Klokman, ‘Zoo koud als een bot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) A. Kluijver, ‘Trawant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) A. Kluijver, ‘Hlaifs.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) A. Kluijver, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) A. Kluijver, ‘Bairan en Gabairan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) A. Kluijver, ‘Kokkerd.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver, ‘Sjamberloek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) A. Kluijver en J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) A. Kluijver, ‘Moeskoppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Malloot.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) A. Kluijver, ‘Kaliber.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Antwoord op eene critiek.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Sukade.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) A. Kluijver, ‘Karabijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) A. Kluijver, ‘Mender.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) A. Kluijver, ‘Klabak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) A. Kluijver, ‘De analogie als taalscheppende macht.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) A. Kluijver, ‘‘Wörter und Sachen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) A. Kluijver, ‘Het etymologisch woordenboek van Dr. N. van Wijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913) A.J. Kluyver, ‘Juchtleer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) H.H. Knippenberg, ‘De ijsvogel als Sint-Maartensvogel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) J.A.N. Knuttel, ‘Fielesepee - fiets’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (1981)
Anthonie Marius Kollewijn, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
R.A. Kollewijn, ‘Vreemde woorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) R.A. Kollewijn, ‘Verandering van woordbetekenissen. (Semasiologie.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 11 (1901) C. Kostelijk, ‘Nogmaals landloper.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) C. Kostelijk, ‘Nogmaals klaar-overtjes’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) C. Kostelijk, ‘Lola.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) C. Kostelijk, ‘Purpen en seksen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 52 (1959) C. Kostelijk, ‘Nogmaals Stalpaard.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) P. Koster, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) H.W.J. Kroes, ‘Ndl. den - Nhd. tenne.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) M.E. Kronenberg, ‘Nog eens Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) Joep Kruijsen, Romaanse leenwoorden in Haspengouw (1992)
Etsko Kruisinga, ‘I. Onze woorden: A. Eigen en Vreemd.’ In: Het Nederlands van nu (1938) C. Kruyskamp, ‘Kampersteur’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) C. Kruyskamp, ‘Quoniam’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) C. Kruyskamp, ‘Banjer, banjerheer, banjaard’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) C. Kruyskamp, ‘Lichtmis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) C. Kruyskamp, ‘Studentenhaver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) C. Kruyskamp, ‘Van de os op de ezel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) Jan Kuijper, ‘Jan Kuijper U’ In: Spektator. Jaargang 1 (1971-1972) Wim Kuipers, ‘Miesjmasj oet de mool’ In: Letterbak. Taalkwesties & Limburgs dialect (1988) Wim Kuipers, ‘Miesjmasj oet de mool’ In: Letterbak. Taalkwesties & Limburgs dialect (1988) K. ter Laan, ‘Laren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) K. ter Laan, Reinier van der Meulen Rz. en G.S. Overdiep, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) N. van der Laan en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) A.J.F. van Laer, Reinier van der Meulen Rz., F.P.H. Prick van Wely en Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) W. van Langendonck, Bijnamen en familienamen (1977)
G.Ch. van Langenhove, ‘De Etymologie van Ontberen, ohd. inbëran, ags. onberan en odberan.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1923 (1923) Frits Lapidoth, ‘Spreekwoorden.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 10 (1900) P. Leendertz (jr.), ‘Alva's bril.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) P. Leendertz (jr.), ‘Rose 8832.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P. Leendertz (jr.) en J.W. Muller, ‘Straatroepen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) P. Leendertz (jr.), ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) P. Leendertz (jr.), ‘Ontcliven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 39 (1920) Hubert Lemeire, ‘Derde hoofdstuk. Het woordgebruik.’, ‘Inleiding. Herkomst van de door Streuvels gebruikte woorden.’ In: De taal van Stijn Streuvels. Deel 1. Het woord bij Streuvels (1970) Martinus Leopold, ‘Doodeter.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van uitmergelen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van afkalven.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) J.H. van Lessen, ‘Kasjoen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.H. van Lessen, ‘Kakeichie, klakkooi, kak(k)adoris.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) J.H. van Lessen, ‘Naschrift bij kakeichie enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.H. van Lessen, ‘Van lok en plok en hun verwanten, en over de etymologie van geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.H. van Lessen, ‘Het Fransche woord pleutre’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.H. van Lessen, ‘Gorlegooi’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.H. van Lessen, ‘Etymologische beschouwingen naar aanleiding van eenige gewestelijke plantennamen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) J.H. van Lessen, ‘Warf en werf’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van getes’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) J.H. van Lessen, ‘Nog eens lierelauwen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) J.H. van Lessen, ‘Over namen van munten, in het bijzonder over stuiver’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941) J.H. van Lessen, ‘Over eenige werkwoorden die ‘kijken’ beteekenen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) J.H. van Lessen, ‘Over de etymologie van puik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) J.H. van Lessen, ‘Over mogelijke verwanten van Vlaams persem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) J.H. van Lessen, ‘De etymologie van wrevel, wreef en wressem’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) R. Lievens, ‘Threnen en tranen’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) R. Lievens, ‘Sente Mey(e)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 87 (1971) Jan Lindemans, ‘Het praefix ver in familienamen Door Jan Lindemans Werkend Lid van de Kon. Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1940 (1940) Jan Lindemans, ‘Is Joos een Germaansche naam? door Dr. Jan Lindemans Lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1943 (1943) Jan Lindemans, ‘Op zoek naar methode bij de studie van de familienamen Door Dr. Jan Lindemans. Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1946 (1946) Jan Lindemans, ‘Over twee woordfamilies in plaatsnamen (Bijdrage tot de etymologie van Sinaai, Zonnebeke, Zonhoven, Zeun en Zoniën) Door Dr. Jan Lindemans Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1946 (1946) Jan Lindemans, ‘Over de invloed van enige vorstinnennamen op de naamgeving in de Middeleeuwen Door Dr Jan Lindemans Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1950 (1950) Jan Lindemans, ‘De spork in de naamkunde Door Dr Jan Lindemans Lid van de Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1951 (1951) Jan Lindemans, ‘Beatrijs in onze naamgeving Door Dr Jan Lindemans Lid van de Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1951 (1951) Jan Lindemans, ‘De dieren in onze oudste Germaanse naamgeving Door Dr. J. Lindemans Lid der Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1953 (1953) Jan Lindemans, ‘Naamkunde als hulpwetenschap Door Dr. Jan Lindemans Lid der Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1954 (1954) Jan Lindemans, ‘Moeilijkheden met van- namen door Dr. Jan Lindemans Lid van de Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1955 (1955) E.C. Llewellyn, The Influence of Low Dutch on the English Vocabulary (1936)
A. van Loey, ‘Proeve van etymologie en vaststelling van de betekenis door Prof. Dr. A. van Loey Lid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1964 (1964) Jakob van Loon, Morfeemgeografie van de Nederlandse herkomstnamen (1981)
Jakob van Loon, ‘Historisch-geografische schets van de Belgisch-Limburgse familienamen [door Jozef van Loon]’, ‘1. Patroniemen’, ‘2. De tegenstelling Boons/Boonen, Cools/Coolen’, ‘3. Apposities’, ‘4. Lidwoordnamen’, ‘5. Toponymische Toenamen’ In: Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982) Jakob van Loon, ‘Een etymologie en haar historische implicaties: de stamnaam Caerosi (De Bello Gallico 2.4) Jozef van Loon, lid van de Academie’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde. Jaargang 2006 (2006) J.J. Mak, ‘Oorlogswinst der Nederlandse taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) J.J. Mak, ‘Knijpkat.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) J.J. Mak, ‘Daar loopt wat van Sint Anna onder.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) J.J. Mak, ‘Beweugen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) J.J. Mak, ‘De oorsprong van rooi (= ellende)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) J.J. Mak, ‘Da nobis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 69-70 (1952) J.J. Mak, ‘Butertier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) J.J. Mak, ‘Lexicologische kanttekeningen (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) J.J. Mak, ‘De oudste betekenis van Venusjanker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) J.J. Mak, ‘Sikse(n).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) J.J. Mak, ‘Hij heeft luie Evert op de rug.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) J.J. Mak, Rhetoricaal glossarium (1959)
J.J. Mak, ‘De May zijn hoverdij’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) J.J. Mak, ‘Klikspil’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) J.J. Mak, ‘‘Si beghint mi den worm int hoot te roerene’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) F.E.J. Malherbe, ‘Uitspraak van leenwoorde in Afrikaans.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 45 (1952) J. Mansion, ‘Het element hide in plaatsnamen Door J. Mansion, werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1933 (1933) F.K.M. Mars, ‘‘Polyglottische’ volksetymologie’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) Ann Marynissen, Plaats- en persoonsnaamgeving in Bilzen (1998)
P.J. Meertens, ‘Mhl. duse’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) P.J. Meertens, De betekenis van de Nederlandse familienamen (1941)
C.H.Ph. Meijer, ‘Frijnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) C.H.Ph. Meijer, ‘Labaar’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal. (Vervolg van blz. 185.)’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) K.O. Meinsma, ‘Een merkwaardig drietal.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 4 (1894) Judi I.H. Mendels, ‘Bomschuit - Bodemschuit.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948)
V. Mennen, Fusie of gemeentelijke herindeling in de beide Limburgen (1990)
V. Mennen, Naamgevingsfactoren en naamgevingstypen (1990)
V. Mennen, Interpretatie van toponiemen (1993)
V. Mennen, Stokkem en aanverwante plaatsnamen (1995)
V. Mennen, Genker straatnaamgeving in de twintigste eeuw (1997)
B.A. Mensink, ‘Stalpaard IV [en slot. Red.]’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) R. van der Meulen, ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Reinier van der Meulen Rz., ‘Hollando-Russica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. paerde.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) Reinier van der Meulen Rz., ‘Lijzeil.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Slawaeien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. loesch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. toelgen, toillien, thoillien.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Reinier van der Meulen Rz., ‘Rob, rop. ’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Reinier van der Meulen Rz., ‘Mnl. tentenel - tinterneel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) Reinier van der Meulen Rz., ‘Robbedoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) Reinier van der Meulen Rz., ‘Over den Nederlandschen oorsprong der aardrijkskundige namen Skagerrak (Skagerak) en Kattegat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Reinier van der Meulen Rz., ‘Bont en blauw.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘De Russische scheepsterm Bryzgas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 47 (1928) Reinier van der Meulen Rz., ‘Romeinsche vellen. (Naschrift).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Reinier van der Meulen Rz., ‘De scheepsnaam Karbas’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 57 (1938) Reinier van der Meulen Rz., ‘Pervansche sparren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Reinier van der Meulen Rz., ‘Kalmerpeer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Reinier van der Meulen Rz., ‘Reversche sparren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Reinier van der Meulen Rz., ‘Naar aanleiding van 't Poolsche woord legart’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (III)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) Reinier van der Meulen Rz., ‘Nautica’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 71 (1953) Reinier van der Meulen Rz., ‘Sparsa (V)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 74 (1956) Peter van Meurs, ‘Het bree.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.L.C.A. Meyer, ‘Het voorvoegsel oer (oor).’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) Hubert J. Michaël, ‘Dichterling’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 58 (1965) L.C. Michels, ‘‘Mijn wespen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) L.C. Michels, ‘Stromp’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) L.C. Michels, ‘Baaizout.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) L.C. Michels, ‘Verschut - voor schut.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) L.C. Michels, ‘Lodder.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) L.C. Michels, ‘Geesteshouding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) L.C. Michels, ‘Nog een getuigenis van Madocs droom.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 45 (1952) L.C. Michels, ‘Hexameter.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 46 (1953) L.C. Michels, ‘Man, oorlogsman.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 46 (1953) L.C. Michels, ‘Steiloor.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) L.C. Michels, ‘Behartenswaard, -ig’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 47 (1954) L.C. Michels, ‘Amerikaanse van-namen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) L.C. Michels, ‘Zo met geëlideerde klinker.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) L.C. Michels, ‘Stalpaard.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 49 (1956) L.C. Michels, ‘Landloper.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 49 (1956) L.C. Michels, ‘Biswetering’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) L.C. Michels, ‘Klaar-overtjes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) L.C. Michels, ‘Parket ‘parkiet’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 52 (1959) L.C. Michels, ‘Fok ‘bril’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) L.C. Michels, ‘Piersemijn’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) L.C. Michels, ‘Bliksem en donder’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) Jozef van Mierlo, ‘Ophelderingen bij de vroegste geschiedenis van het woord begijn Door Prof. Dr. J. van Mierlo S.J. Werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1931 (1931) Jozef van Mierlo, ‘Slotwoord bij een debat over het ontstaan van begginus Door Prof. Dr. J. Van Mierlo S.J. Werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1936 (1936) Jozef van Mierlo, ‘De wederwaardigheden van een etymologie De vroegste geschiedenis van het woord ‘begijn’ Door Prof. Dr. J. van Mierlo, S.J. Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1945 (1945) Fons Moerdijk, ‘A. Moerdijk Het etymologiseren van ‘dubbel geïsoleerde’ dialectwoorden De etymologie van staaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) Pieter Hendrik van Moerkerken, ‘Boekaankondiging.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Netteboef.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) P.H. van Moerkerken, ‘Ondermet, ondermetten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Molemans, Profiel van de Kempische toponymie (1977)
J. Molemans, Toponymie van Wijchmaal (1979)
J. Molemans, ‘De nederzettingsnamen in het land van Vogelzang [door Jos Molemans]’, ‘0.’, ‘1. Gemeente, gehucht, heerdgang/heer(d)wagen’, ‘2.’, ‘3. Besluit’ In: Referaten gehouden op het zevende congres van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde (1982) J. Molemans, Naamgevingsfactoren in de Kempische toponymie, geïllustreerd aan Opglabbeek (1986)
Henri Ernest Moltzer en J. Verdam, ‘Van ons Heren wonden.’, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) J.W. Muller, ‘Amper.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Boegseeren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) J.W. Muller, ‘Seck (sick)!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.W. Muller, ‘Gebraden peer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Nfri. Boesdoer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J.W. Muller, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller, ‘Ort, orten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J.W. Muller en W.L. de Vreese, ‘Gewezen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller, ‘Wanewaer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J.W. Muller, ‘Ham en boterham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.W. Muller, ‘Brandewijnsteeg en Clarensteeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Brandemoris en eene plaats uit Bredero.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Brandaris en Sint-Brandarius.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.W. Muller, ‘Nog iets over anjer en anjelier.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J.W. Muller, ‘Tooneel en houweel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Holland - Olland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Brijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J.W. Muller, ‘Wouterloot, wouter, woutermannetje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Mnl. sies.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.W. Muller, ‘Gebraden peertje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Bontsche maat, boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J.W. Muller, ‘Polverduic (boven, blz. 240).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Gewel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.W. Muller, ‘Vaak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) J.W. Muller, ‘Over enkele oude straatnamen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch. (Vervolg van blz. 19.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.W. Muller, ‘Over ware en schijnbare gallicismen in het Middelnederlandsch.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) J.W. Muller, ‘Een en ander over den Nieuwnederlandschen tweeklank of ǘ (‘ui’).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) J.W. Muller, ‘Majombe.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Ze(e)rden, scheren, sarren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘Majombe (Tschr. XLV 52-9).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘De herkomst van je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) J.W. Muller, ‘De taal en de herkomst der zoogenaamde ‘abele spelen’ en ‘sotterniën’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 46 (1927) J.W. Muller, ‘De naam Anslo.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller, ‘Zweren op (of bij) de (of zijn) tanden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) J.W. Muller en D.J. Struik, ‘Het woord ‘millioen’ in oude Nederlandsche rekenboeken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Een paar kantteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) J.W. Muller, ‘Je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 50 (1931) Dirk Gerhardus Muller, ‘Het Nederlandsch in Duitschland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 27 (1933) J.W. Muller, ‘Naschrift Over brooddronken en eenige namen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) J.W. Muller, ‘Sjouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) J.W. Muller, ‘Bo(o)i’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) J. Naarding, ‘De Nederlandsche benamingen van de uier’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) J. Naarding, ‘Afwijkende constructies.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) J. Naarding, ‘Raggen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) G.A. Nauta, ‘Bladvulling.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) G.A. Nauta, ‘Op syn Genevoys.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 5 (1895) G.A. Nauta, ‘Pots longeren; longeren.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) G.A. Nauta, ‘Mik.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) G.A. Nauta, ‘Moedzalf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) G.A. Nauta, ‘Song.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Geestader.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) G.A. Nauta, ‘Schoelje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘Ben je zestig? hij is gesjochte(n). (on)sjoeg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘Ravotten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) G.A. Nauta, ‘Bli(c)tri.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) G.A. Nauta, ‘Enkele betrekkingen tusschen het Nederlandsch en het Spaansch’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) O. de Neve, ‘Borkel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 88 (1972) S.M. Noach, ‘Nieuwe bijdragen tot de kennis van het Joods in Nederland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) Emil Öhmann, ‘Über den Italienischen einfluss auf das Niederländische von Prof. Dr. Emil Öhmann (Helsinki) Ehrenmitglied der Akademie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1955 (1955) Henricus Oort, ‘Schorrimorrie en Fluiten!’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 8 (1888) Ward van Osta, Venlo en andere lo-namen (1998)
P.C. Paardekooper, ‘P.C. Paardekooper Hollandse zeemanstaal(?) en Afrikaanse waltaal’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990) P.C. Paardekooper, ‘[Nummer 3]’, ‘Jaak/neenik enz. P.C. Paardekooper’ In: Tabu. Jaargang 23 (1993) A. De Paepe, ‘Graten - raten.’ In: Het Belfort. Jaargang 7 (1892) A. De Paepe, ‘Onkootsch.’ In: Het Belfort. Jaargang 9 (1894) J.L. Pauwels, ‘De interjectie ‘hola’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 49 (1956) J.L. Pauwels, ‘Eigenaardig gehaspel met ende.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 1 (1888) Louis D. Petit, ‘4. Glossen, Woorden, Woordverklaring en Tekstcritiek.’ In: Bibliographie der Middelnederlandsche taal- en letterkunde. Deel 2. De literatuur bevattende verschenen van 1888-1910 (1910) W. Pijnenburg, ‘Mnl. tsimadze’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) W. Pijnenburg, ‘Linkse schimmen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 93 (1977) W. Pijnenburg, ‘Mnl. G(h)oepssc(h)ene’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 95 (1979) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg De etymologie van ‘hufter’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg Windhond’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg Een merkwaardige poging tot verklaring’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003) W. Pijnenburg, ‘W.J.J. Pijnenburg Hd. Knirps ‘onderdeurtje’, Ndl. knurft ‘stommeling, sukkel e.d.; klein ventje’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 120 (2004) Henri Pirenne, ‘Ham.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J.J. Poelhekke, ‘Naar aanleiding van ‘een Hispanisme in het Nederlands’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) Klaas Poll, ‘Sprokkel. Ga zoo voort mijn zoon en gij zult spinazie eten.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 2 (1892) Klaas Poll, ‘Kaauw-jy-ze, kaujyze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Klaas Poll, ‘Kaauw jij ze.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.P.H. Prick van Wely, ‘Liplap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pardoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Nog eens zuurzak.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) F.P.H. Prick van Wely, ‘Mangga en manggistan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Negerholl. Vutbaj.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) F.P.H. Prick van Wely, ‘Eenige oude en nieuwe oosterlingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) F.P.H. Prick van Wely, ‘‘Christoffel’ = ‘Kruiwagen.’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) F.P.H. Prick van Wely, ‘Pompelmoes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Floris Prims, ‘Het ontstaan der Familienamen te Antwerpen en hun ontwikkeling in de Middeleeuwen Door Fl. Prims Werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1936 (1936) Floris Prims, ‘Historische toelichtingen bij den taalschat der Kempische cijnsboeken Met nota's bij enkele plaatsnamen en onuitgegeven toponymisch materiaal Door Kan. Dr. Fl. Prims Binnenlandsch Eerelid der Kon. Vl. Academie voor Taal- en Letterkunde’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1940 (1940) J. Prinsen J.Lzn, ‘Men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. Prinsen J.Lzn, ‘Kloppen-castrare?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) anoniem Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde, Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde (1775)
J.W.F.X. de Rijk, ‘Leven als God in Frankrijk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) Annelies Roeleveld, ‘Annelies Roeleveld Creool: een woord met geschiedenis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) Gerlach Royen, ‘De nominale klassifikatie in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Gerlach Royen, ‘De waarnemend sekretaris.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) Gerlach Royen, Ongaaf Nederlands (1941)
Gerlach Royen, ‘Van millioenairs en zo.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) B.M. Salman, ‘Overtrekken en overtrekking.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 51 (1958) Luc Salu, ‘Over de diftongering van i en u.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) Reinier Salverda, ‘English = Dutch A Dossier of Compelling Evidence’ In: The Low Countries. Jaargang 11 (2003) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Fransch overgenomen woorden in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J.J. Salverda de Grave, ‘Eenige woordafleidingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘Bijdragen tot de kennis der uit het Frans overgenomen woorden in het Nederlands.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) J.J. Salverda de Grave, ‘Geschiedenis van de Franse taal. F. Brunot, Histoire de la langue française, Tome VI, 2me partie, Ier fascicule. Paris, Colin, 1932.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 26 (1932) J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de Achttiende en de Negentiende eeuw. I. De achttiende eeuw.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 28 (1934) J.J. Salverda de Grave, ‘Franse woorden uit de achttiende en de negentiende eeuw. (Vervolg) II. 1785-1813.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) A. Sassen, ‘De Oudfriese formule tiaende ende temende’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 72 (1954) A.A. van Schelven en A.A. Verdenius, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) M. Schönfeld, ‘Rubben, Rubens.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) M. Schönfeld, ‘Enige verwanten van ‘mark’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) M. Schönfeld, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) M. Schönfeld, ‘De Nederlandse plaatsnamen op -ik’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) M. Schönfeld, ‘De studie van de eigennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) M. Schönfeld, ‘Wiltenburg Het ontstaan en de groei van een ‘geleerdensage’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 54 (1935) M. Schönfeld, ‘Sacrum nemus Batavorum’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) M. Schönfeld, ‘Hol, hel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) F.Th. Schonken, ‘Hoofdstuk VI. De niet-Hollandsche Europeanen.’ In: De oorsprong der Kaapsch-Hollandsche volksoverleveringen (1914) M.J.H.A. Schrijnemakers, Problemen rond de plaatsnaam Venray (Ned. Limburg) Margraten (Ned. Limburg) (1977)
Jos. Schrijnen, ‘Nederlandsche doubletten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Jos. Schrijnen, ‘Benrather-, uerdinger- en panningerlinie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jan Segers, Dialecten en naamgeving in Haspengouw (1984)
Jan Segers, Waternamen in de Oetervallei, met name te Neeroeteren (1986)
Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. I (1993)
Jan Segers, Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding. II (1994)
Jan Segers, Cuvelier en Huysmans 100 jaar later: moet de toponymische studie van Bilzen nog geschreven worden? (1998)
Pieter A.M. Seuren, ‘Pieter A.M. Seuren Over etymologie als hulpbron by ethnologische studiën’ In: De Gids. Jaargang 147 (1984) Nicoline van der Sijs, Chronologisch woordenboek (2001)
Ph.J. Simons, ‘Kenniskritiese beschouwingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Ph.J. Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek. Leeggelopen traditie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 17 (1923) Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en Wetenschap. (Vervolg van blz. 140).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Ph.J. Simons, ‘Oude en nieuwe namen in leven en wetenshap.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 20 (1926) Antal Sivirsky, ‘Huzaar’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 63 (1944) Ezechiël Slijper, ‘De morgenstond heeft goud in de mond.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) Ezechiël Slijper, ‘Bekattering.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 10 (1916) W.A.P. Smit, ‘‘Een hardtvochte wederga’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) Jacob Samuel Speyer, ‘Blond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) Chr. Stapelkamp, ‘‘Dille van de Coen’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) Chr. Stapelkamp, ‘Notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) Chr. Stapelkamp, ‘Helpen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) Chr. Stapelkamp, ‘Enkele volksnamen van de wilg (Salix).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) Chr. Stapelkamp, ‘Imbeer-Dambeer’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 64 (1946) Chr. Stapelkamp, ‘Welle, wellen, wallen, walwort(el) waelwortel’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 65 (1948) Chr. Stapelkamp, ‘Het adjectief abeluinig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 66 (1949) Chr. Stapelkamp, ‘Ooshout’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) W.H. Staverman, ‘Over rauwkost en sneltreinen, groothandelaren en kleinkinderen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.J.H. Steketee, ‘Rawast in Afrijka.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) W. Sterenborg, ‘Lawaai’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 69 (1976) A. Stevens, Van Miegelrak tot Miezerik (1990)
F.A. Stoett, ‘Ope (Oepe, Oppe).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) F.A. Stoett, ‘Men moet geen slapende honden wakker maken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) F.A. Stoett, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) F.A. Stoett, ‘G.A. Bredero's Moortje, vs. 2889.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) F.A. Stoett, ‘Om zeep gaan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Schrander.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) F.A. Stoett, ‘Verevenhouten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) F.A. Stoett, ‘Straks.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 7 (1897) F.A. Stoett, ‘Boontje komt om zijn loontje.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) F.A. Stoett, ‘Beitel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) F.A. Stoett, ‘Boomsche maat.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) F.A. Stoett, ‘Nalezing op tijdschr. xxv, blz. 50 vlgg.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) F.A. Stoett, ‘Fokken, foppen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 36 (1917) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) F.A. Stoett, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) F.A. Stoett, ‘Schoorsteenveger zonder leer.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) F.A. Stoett, ‘Koopje geen glas? ik denk wel neen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) F.A. Stoett, ‘Op een anker te land raken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 29 (1935) Jul. Storme, ‘Een van de bronnen van Kiliaan's Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Garmt Stuiveling, ‘Losse notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) Garmt Stuiveling, ‘Losse notities. Nogmaals: Opoe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) Garmt Stuiveling, ‘Losse notities.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) H.A.J. van Swaaij, ‘De perfectiva simplicia in het Nederlandsch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Adriaan E.H. Swaen, ‘Uuf.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Adriaan E.H. Swaen, ‘Blindhokken.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) B. Tiecke, ‘Waar komen ‘fraai’ en ‘mooi’ vandaan?’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Wenken en vragen.’ In: Het Belfort. Jaargang 6 (1891) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Wenken en vragen.’ In: Het Belfort. Jaargang 6 (1891) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Wenken en vragen.’ In: Het Belfort. Jaargang 6 (1891) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Wenken en vragen.’ In: Het Belfort. Jaargang 6 (1891) [tijdschrift] Belfort, Het, ‘Wenken en vragen.’ In: Het Belfort. Jaargang 6 (1891) [tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 1 (1969)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 2 (1970)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 3 (1971)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 4 (1972)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 5 (1973)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 6 (1974)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 7 (1975)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 8 (1976)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 9 (1977)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 10 (1978)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 11 (1979)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 12 (1980)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 13 (1981)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 14 (1982)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 15 (1983)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 16 (1984)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 17 (1985)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 18 (1986)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 19 (1987)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 20 (1988)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 21 (1989)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 22 (1990)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 23 (1991)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 24 (1992)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 25 (1993)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 26 (1994)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 27 (1995)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 28 (1996)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 29 (1997)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 30 (1998)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 31 (1999)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 32 (2000)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 34 (2002)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 35 (2003-2004)
[tijdschrift] Naamkunde, Naamkunde. Jaargang 36 (2005-2006)
[tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Plantennamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Voorbeelden van zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Bladvulling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 12 (1918) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Koloniale idiomen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 14 (1920) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een moeilike plaats in Spiegel's Hertspieghel. (een-oogt, vers 151 van het vierde Boek).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 23 (1929) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nederlandse woorden in 't Maleis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 25 (1931) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Een vijftiende-eeuwse straatroep.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘‘Ic warpe u eenen schoelap naer’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 36 (1942) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Den dans ontspringen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Neologisme of archaisme?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Nederlandse woorden in het Amerikaanse Engels.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Heimwee.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 49 (1956) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Modinette.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 53 (1960) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 1]’, ‘Onverwachte Oud-Nederlandsche aansluitingen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 2 (1933-1934) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘Ndl. hillebillen ‘stoeien’’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) [tijdschrift] Onze Taaltuin, ‘[Nummer 11]’, ‘De oudste rechtstaal.’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 7 (1938-1939) [tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Is aamborstig uit ademborstig geboren of uit angborstig? door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) [tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Vuur boeten. door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) [tijdschrift] Taal- en letterbode, De, ‘Eenige oude Veluwsche woorden, die taalkundige opheldering schijnen te verdienen.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) [tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Taalgids, De, De Taalgids. Jaargang 9 (1867)
[tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Van den Borchgrave van Couchi. Fragmenten, Medegedeeld door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Ooit.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De verkleinwoorden in een Noordbrabantsch dialect (Oirschot en omstreken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Quadie, quadiën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Bladvulling. (Quets = 'k wed des).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Mittelniederl. labaye.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zur lehre von den Germanischen synkopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Scherpkorte en Zachtkorte O in Nederlandse woorden van Franse afkomst.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Geeps.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 52 (1933) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Das (I)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 55 (1936) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Over deek en veek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 56 (1937) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Middeleeuwsch uitschot’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Armoedzaaier’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 80 (1964) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Zu mnl. dilde/dulde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 91 (1975) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘De Friese woorden bij Kiliaan’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 92 (1976) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Jeremy Bergerson An etymology of Afrikaans mos’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, ‘Maurits Vandecasteele Een terminologische zoektocht langs behuusde en onbehuusde hofsteden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) [tijdschrift] Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, ‘Het land van Overmaas Zijn volkstaal Zijn kultuurtalen Door Dr. J. Langohr Eereleeraar aan 't Kon. Atheneum te Tongeren’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1939 (1939) [tijdschrift] Voortgang, ‘Becanus' etymological methods R.A. Naborn’ In: Voortgang. Jaargang 15 (1995) D.C. Tinbergen, ‘Gode enen vlassen baert maken.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) F. de Tollenaere, ‘Middelnederlandsch coc, hanecoc’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) F. de Tollenaere, ‘‘Beijen also ons koeijen dede’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) F. de Tollenaere, ‘Bij een plaats uit het esbatement van Tielebuijs’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) F. de Tollenaere, ‘Naschrift bij Middelnederlandsch coc, hanecoc’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) F. de Tollenaere, ‘Ndl. vierboet(e), vuurboet’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 62 (1943) F. de Tollenaere, ‘Aveluinig, abeluinig, haveluinig, schaveluinig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘Beduit(je), vaan(tje), paar(tje), peerd(eken) en up(p)erken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘De etymologie van varken’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 67 (1950) F. de Tollenaere, ‘Nogmaals ‘de etymologie van varken’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 68 (1951) F. de Tollenaere, ‘Boekbeoordelingen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) F. de Tollenaere, ‘Venzen en krenzen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 75 (1957) F. de Tollenaere, ‘Plagiaat?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 50 (1957) F. de Tollenaere, ‘Verandzaden Een woord uit de oude landbouw’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 77 (1959-1960) F. de Tollenaere, ‘Mnl. en Nndl. bâgen(i), bâgel(i), b(eh)âgen(i), verbâgen(i) en bāgen(ii), bāgel(ii), behāgen(ii), verbāgen(ii).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 78 (1961) F. de Tollenaere, ‘Mossel en vis’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 79 (1963) F. de Tollenaere, ‘Handwoordenboek en dialect’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 81 (1965) F. de Tollenaere, ‘Problemen van het Nederlands etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 85 (1969) F. de Tollenaere, ‘(Ver)bluisteren, (ver)bleisteren, (ver)blaaisteren pluisteren (II), fluisteren (II), gluisteren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 86 (1970) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Semantiek en etymologie n.a.v. twee mystificaties in het WNT: Praam ‘priem’ en Pramen ‘doorboren, priemen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Mnl. vlint ‘keisteen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 97 (1981) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Hoe is ‘speculaas’ ontstaan?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere De etymologie van ‘pril’ in verband met ‘verprillen’ en ‘verpreulen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 101 (1985) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere De etymologie van ‘muishond’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 102 (1986) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Nogmaals ‘pril’ en ‘verprillen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 103 (1987) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Een nieuw gotisch etymologisch woordenboek’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 105 (1989) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Van zee-, zeel- en zaalhonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 106 (1990) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: het ontstaan van ‘spuigat’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: ‘angelier’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 109 (1993) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: bekaaid en bekaaien’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994) F. de Tollenaere, Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 113 (1997)
F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: de geborduurde pantoffels van het MNW’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 114 (1998) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: Cynisch, Garnaal, Parlevinker’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 116 (2000) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: Paling, Koppig’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 118 (2002) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: Sjouwen, Burrelen, nogmaals Paling’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 119 (2003) F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere Etymologica: twee woorden met een ‘onbekende’ etymologie, Lawaai en laweit’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) Herman A.O. de Tollenaere en F. de Tollenaere, ‘F. de Tollenaere en Herman A.O. de Tollenaere Etymologica: Clauwaert, Liebaert, Leliaert’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 121 (2005) M.C. van den Toorn, ‘De verklaring in de historische taalkunde’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 94 (1978) Carolus Tuinman, Oud en nieuw, of vergelyking der oude en nieuwe Nederduitsche taal, in vorming en spreekwijzen (1722)
C.C. Uhlenbeck, ‘Eene verbastering van Got. urruns.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) C.C. Uhlenbeck, ‘Mede, Ale.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) C.C. Uhlenbeck, ‘Gewinna.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 10 (1891) C.C. Uhlenbeck, ‘Etymologica.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Konijn.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘Ansjovis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) C.C. Uhlenbeck, ‘De etymologie van Skr. vānara.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) C.C. Uhlenbeck, ‘Σμάραγδος.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) C.C. Uhlenbeck, ‘Over de etymologische wetenschap.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 6 (1896) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Vercoullie's woordenboek.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 9 (1899) C.C. Uhlenbeck, ‘Aanteekeningen bij Gotische Etymologieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) D. van Unnik, ‘Rotsack.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) D. van Unnik, ‘Hij heeft luie Evert op de rug. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) Jacob van der Valk, ‘Fumative - Vomative.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 29 (1910) Pieter Valkhoff, ‘Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909) François van Veerdeghem, ‘Il diest voir.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) Jozef Vercoullie, ‘Nog over stoepjes.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) Jozef Vercoullie, ‘Emmerappel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) Jozef Vercoullie, ‘Bertouden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) Jozef Vercoullie, ‘Kleine meedelingen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) Jozef Vercoullie, ‘Sinterklaas.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Jozef Vercoullie, ‘Negerhollands molee, Afrikaans boetie, katjipiering, bibies, bottel, ou sanna, ewwa-trewwa, foolstruis.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Jozef Vercoullie, ‘Etymologisch kleingoed, door Prof. J. Vercoullie, werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1920 (1920) Jozef Vercoullie, ‘Etymologisch kleingoed, door Prof. J. Vercoullie, werkend lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1920 (1920) Jozef Vercoullie, ‘Etymologisch kleingoed Door Prof. J. Vercoullie, Werkend Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1920 (1920) Jozef Vercoullie, ‘Etymologisch kleingoed door Prof. J. Vercoullie, Werkend Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1921 (1921) Jozef Vercoullie, ‘Heeft de klankleer bij de woordafleiding uitgediend? Door Prof. J. Vercoullie, Werkend Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1922 (1922) Jozef Vercoullie, ‘Etymologisch kleingoed Door Prof. J. Vercoullie, Werkend Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1922 (1922) Jozef Vercoullie, ‘De etymologie van Mutsaard door Prof. Dr. J. Vercoullie, werkend lid’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1928 (1928) Jozef Vercoullie, ‘De Germaansche Etymologieën in den ‘Dictionnaire Général’ van A. Hartzfeld, A. Darmesteter en A. Thomas Door Prof. Dr. J. Vercoullie Werkend Lid’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1930 (1930) Jozef Vercoullie, ‘De Germaansche Etymologieën in den ‘Dictionnaire général’ Door Prof. Dr. J. Vercoullie, werkend lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1934 (1934) J. Verdam, ‘Twee Middelnederlandsche genitivi, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. Verdam, ‘Dangier. door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia, door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche varia door J. Verdam.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) J. Verdam, ‘Een oude kennis uit het gotisch teruggevonden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden, door J. Verdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) J. Verdam en Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 3 (1883) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 4 (1884) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 5 (1885) J. Verdam, ‘Dietsche Verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 6 (1886) J. Verdam, ‘Custinge.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 7 (1887) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 9 (1890) J. Verdam, ‘Lijfcoop.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. Verdam, ‘Verklaring van Nederlandsche woorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Het haar van den hond.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 13 (1894) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Non fortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Over werkwoorden op -ken en -iken (-eken).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 16 (1897) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Van noode hebben; van doen hebben.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 17 (1898) J. Verdam, ‘Lood om oud ijzer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Dietsche verscheidenheden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. Verdam, ‘Een tot heden onbekend woord voor leem (nl. don).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Over het voorvoegsel ont.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 19 (1900) J. Verdam, ‘Sweren op sinen tant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 22 (1903) J. Verdam, ‘Stellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) J. Verdam, ‘Het Tübingsche handschrift van Ons Heren Passie.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 25 (1906) J. Verdam, ‘Op zijn Fransch.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) J. Verdam, ‘Nog eens de eenhoorn. (Tijdschr. 29, 95 vlgg.)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) J. Verdam, ‘Middelnederlandsche Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) J. Verdam, ‘Gletemen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Uit Bergen-op-Zoomsche rechtsbronnen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Zondvloed.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, ‘Verschiet.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 37 (1918) J. Verdam, Uit de geschiedenis der Nederlandsche taal (1923)
A.A. Verdenius, ‘Lexicologische aanteekeningen bij stichtelijk proza uit de Middeleeuwen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) A.A. Verdenius, ‘De ontwikkelingsgang der Hollandse voornaamwoorden je en jij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) A.A. Verdenius, ‘Over de aanspreekvorm ie (i-j) in onze oostelike provincieën.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) A.A. Verdenius, ‘Over mogelike spelvormen onzer j-pronomina in Middelnederlandse en 17de-eeuwse taal. (Een bijdrage tot de geschiedenis onzer aanspreekvormen).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) A.A. Verdenius, ‘Iets uit de geschiedenis van de bilabiale W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 24 (1930) A.A. Verdenius, ‘Naar aanleiding van veldiep en verwanten (Ts. 56)’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) A.A. Verdenius, ‘Over de vormen van het adnominale adjectief en het lidwoord van bepaaldheid in de 17de-eeuwse Amsterdamse volkstaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Meskant - Waan- (wan-)kant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) A.A. Verdenius, ‘Iemand aanhouden (door vriendelijke ontvangst aan zijn huis binden).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) A.A. Verdenius, ‘Het prefix in het verleden deelwoord’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 61 (1942) A.A. Verdenius, ‘Met tuchten. met manieren.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) A.A. Verdenius, ‘Hij heeft luie Evert op de rug.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) René Verdeyen, ‘Vlaanderen en Vlaming Door Prof. Dr. R. Verdeyen Lid van de Kon. Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1943 (1943) Leo Verdievel, ‘Taalkundige kroniek’ In: De Gids. Jaargang 108 (1944-1945) J.M. Verhoeff, Iets over Limburgse familienamen afgeleid van beroepsaanduidingen, met speciale aandacht voor het slagersberoep (1988)
Eelco Verwijs, ‘Gemelijk, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Eelco Verwijs, ‘Volksgeloof en volkstaal, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Eelco Verwijs en J. Beckering Vinckers, ‘Poging om een paar leden der Nederlandsche taalfamilie met hunne wettige maagschap te hereenigen. Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Eelco Verwijs, ‘Lauwen, louwen, looien. door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) Eelco Verwijs, ‘De muts hebben, gemutst, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) Eelco Verwijs, ‘Een vreemdsoortig germanisme door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) Eelco Verwijs, ‘Sprokkelingen, door Eelco Verwijs.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 6 (1875) H.J. Vieu-Kuik, ‘Wildebras’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 73 (1955) J. Beckering Vinckers, ‘'t Eerste gewin is kattegespin; 't eerste gewin is kattegespil; eerste winst is katjeswinst. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) J. Beckering Vinckers, ‘Wat was aambei in den beginne? Door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) J. Beckering Vinckers, ‘Nog al iets over ochtend door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. Beckering Vinckers, ‘Niettemin, desniettemin etc.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Beckering Vinckers, ‘De oorsprong van ochtend. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 3 (1872) J. Beckering Vinckers, ‘Een tedere kwestie, door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Beckering Vinckers, ‘Een netelige kwestie. door J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 4 (1873) J. Beckering Vinckers, ‘Bomer en roemer.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Spook.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. Beckering Vinckers, ‘Is moot = snee zalms, etc. verwant met 't Gothisch maitan?’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) C.G.N. de Vooys, ‘Mnl. gebroecte.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Gadopen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) C.G.N. de Vooys, ‘Middelnederlandse spreekwoorden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 21 (1902) C.G.N. de Vooys, ‘De Franse woorden in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907) C.G.N. de Vooys, ‘Iets over zogenaamde volksetymologie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) C.G.N. de Vooys, ‘Lessen over spreekwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 181).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Hoe zijn anglicismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 131).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 8 (1914) C.G.N. de Vooys, ‘Een principiële opmerking bij het etymologiseren van spreekwoordelike uitdrukkingen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 9 (1915) C.G.N. de Vooys, ‘Toe!’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) C.G.N. de Vooys, ‘Hyperkorrekte taalvormen in het verleden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 22 (1928) C.G.N. de Vooys, ‘Genitten = gedaan krijgen?’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Bijdragen tot de Middelnederlandse woord-geografie en woord-chronologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Schots-schos-schors’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 58 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Droes.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 33 (1939) C.G.N. de Vooys, ‘Scheldnamen, spotnamen en vleinamen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 35 (1941) C.G.N. de Vooys, ‘Duitse woorden in Kiliaen's Etymologicum Door C.G.N. de Vooys Buitenlands Erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1943 (1943) C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands. (Tweede nalezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41 (1948) C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands. (Vierde nalezing).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) C.G.N. de Vooys, ‘Een parallel van ‘misschien’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 45 (1952) C.G.N. de Vooys, ‘Pleonasme of nadrukkelijkheid?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 45 (1952) C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op de Nederlandse woordvoorraad. Een aanvulling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 46 (1953) C.G.N. de Vooys, ‘Een zeldzaam woord in dichtertaal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) C.G.N. de Vooys, ‘Engelse invloed op het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 49 (1956) W.L. de Vreese, ‘Sec(k), sick.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 12 (1893) W.L. de Vreese, ‘Ledikant.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) W.L. de Vreese, ‘Nonfortse.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 14 (1895) W.L. de Vreese, ‘Koek en ei.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) W.L. de Vreese, ‘Cadellen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) W.L. de Vreese, ‘De woorden ‘Flamingant’ en ‘Franskiljon’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Matthias de Vries, ‘Aamborstig. Den heere J. Beckering Vinckers.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Matthias de Vries, ‘Woordverklaring, door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Matthias de Vries, ‘Woordverklaring, door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 1 (1870) Matthias de Vries, ‘Woordverklaring, door M. de Vries.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) Matthias de Vries, ‘Edwijt.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Matthias de Vries, ‘Poot, Potig.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 1 (1881) Matthias de Vries, ‘Middelnederlandsche Mengelingen, door M. de Vries.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 2 (1882) Wobbe de Vries, ‘Mnl. ruden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 26 (1907) Wobbe de Vries, ‘Metathesis van korte vocaal tusschen r en dentaal en aanneming van o-kleur. rekking van or vóór dentaal. Umlaut van ur.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) Wobbe de Vries, ‘Oliessel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 31 (1912) Wobbe de Vries, ‘Nuver (-ver < -wer).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34 (1915) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Kleine mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 38 (1919) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40 (1921) Wobbe de Vries, ‘Er (d'r) zonder duidelike betekenis.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16 (1922) Wobbe de Vries, ‘Ethymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) Wobbe de Vries, ‘Gotisch fitan.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 42 (1923) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘De verkleinuitgangen in de Nederlanden’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 43 (1924) Wobbe de Vries, ‘Etymologische aanteekeningen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 44 (1925) Wobbe de Vries, ‘Invloed van neiging tot beknoptheid op vorming en betekenis van verba.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 19 (1925) Wobbe de Vries, ‘Ponstghen; en nog iets over -tgijn enz.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 45 (1926) Jan P.M.L. de Vries, ‘Dinsdag’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 48 (1929) Jan P.M.L. de Vries, ‘Hunebedden en Hunen’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 49 (1930) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 51 (1932) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Jan P.M.L. de Vries, ‘Studiën over Germaansche mythologie’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 53 (1934) Wobbe de Vries, ‘Overneming uit verwante spraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32 (1938) Paul Vriesema, ‘Kleine Mededeelingen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 41 (1922) S.J. Warren, ‘Kussen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 15 (1896) M.A. van Weel, ‘Meesmuilen.’ In: Taal en Letteren. Jaargang 16 (1906) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: boerenslobkous’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart: sajet’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 5 (1936-1937) A.A. Weijnen, ‘De û en iets over articulatiegewoonten in Noord-Brabant’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Weijnen, ‘Taalkaart schommel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 6 (1937-1938) A.A. Weijnen, ‘Nieuw-Vennep, Jisp en Ilpendam’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘Raggen’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 8 (1939-1940) A.A. Weijnen, ‘Lantaren-lamptaren’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 59 (1940) A.A. Weijnen, ‘De hoepel’ In: Onze Taaltuin. Jaargang 9 (1940-1941) A.A. Weijnen, ‘Opoe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37 (1943) A.A. Weijnen, ‘Nogmaals opoe.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) A.A. Weijnen, ‘Oude Engels-Nederlandse parallellen door Prof. Dr. A.A. Weijnen’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1965 (1965) W. Wessels, ‘Begijn.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) W. Wessels, ‘BEGIJN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) J.P. Westgeest, ‘J.P. Westgeest Over een etymologie van de oude rechtsterm verlagen ‘ruilen’’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 110 (1994) M.C. van Wijhe, ‘Varia.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Hamer.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 23 (1904) N. van Wijk, ‘Naar aanleiding van het woord morgen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 24 (1905) Willem Jan van Wijk, ‘Bord, dorschen, worden.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Middelnederlandsch soe, Nederlandsch hij.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) N. van Wijk, ‘Baren.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 28 (1909) N. van Wijk, ‘Over leenwoorden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) N. van Wijk, ‘Een oud dialektwoord (wieme, wîme).’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 30 (1911) N. van Wijk, ‘Mnl. drûghe ‘droog’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 32 (1913) N. van Wijk, ‘De umlaut van a in ripuaries- en Salies-Frankiese Dialekten van België en Nederland.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 33 (1914) N. van Wijk, ‘Kroos ‘eendekroos’ en kroost ‘kinderen’.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) N. van Wijk, ‘De etymologie van het woord geluk.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 35 (1916) J.F. Willems, ‘Hans, Hansa, Hanse.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840) J.F. Willems, ‘Etymologiën.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 6 (1842) Leonard Willems, ‘Middelnederlandsche lexicographische noten.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 27 (1908) L.A. te Winkel, ‘OVER DE ACHTERVOEGSELS -AARD, -ERD, -AAR, -ER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘DE AFLEIDING VAN DE WOORDEN ZWEZERIK, ZUSTER EN ZWAGER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Vlijm.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Critische beschouwing der verschillende afleidingen van het woord God.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘De afleiding van de woorden zwezerik, zuster en zwager.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘Over de achtervoegsels -aard, -erd, -aar, -er.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 7 (1865)
L.A. te Winkel, ‘CRITISCHE BESCHOUWING DER VERSCHILLENDE AFLEIDINGEN VAN HET WOORD GOD.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘VLIJM.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, ‘Wees, weezen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865) L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
L.A. te Winkel, De Taalgids. Jaargang 8 (1866)
J. te Winkel, ‘Levensgeschiedenis van het woord glimp, door J. te Winkel.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 2 (1871) J. te Winkel, ‘Verstooren.’ In: De taal- en letterbode. Jaargang 5 (1874) J. te Winkel, ‘Het vijgeboomken te Amsterdam.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 11 (1892) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvalllen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 18 (1899) J. te Winkel, ‘Kachel, catteel.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) J. te Winkel, ‘Bijdragen tot de kennis der Noord-Nederlandsche tongvallen.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 20 (1901) Johan Winkler, ‘De naam van Sint-Bavo.’ In: Het Belfort. Jaargang 6 (1891) Johan Winkler, ‘De naam van Sint-Bavo. (Vervolg van bladz. 55.)’ In: Het Belfort. Jaargang 6 (1891) G.W. Wolthuis, ‘Een kroontje om.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 43 (1950) G.W. Wolthuis, ‘Molwerk.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 48 (1955) Gerhard Worgt, ‘De uitspraak van Nederlandse namen in Duitsland’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 54 (1961) C.A. Zaalberg, ‘Saül, Sauwel en Saoel.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 39 (1946) R.W. Zandvoort, ‘Drenthens en Molenaars.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38 (1945) |